Subsidiereglement betreffende het vormingswerk binnen de culturele raad.
Voorwaarden
Reglement vormingswerk.
Artikel 1: Enkel vormende activiteiten komen in aanmerking. Daaronder wordt verstaan :
1° Voordracht met nabespreking ;
2° Gespreksgroepen onder leiding van een gespreksleider ;
3° Dia-reeksen met nabespreking ;
4° Films met nabespreking ;
5° Studiedagen door de vereniging georganiseerd ;
6° Studieuitstappen ;
7° Lessenreeksen door de vereniging zelf georganiseerd.
Artikel 2: De activiteit moet passen in een prioriteitenprogramma, per werkjaar (van september tot augustus) vastgelegd door de Culturele Raad. Thema's:
1° Opvoeding van kinderen ;
2° Literatuur en taal (Leesclubs, nieuwe spelling, boekbespreking, literaire avond...) ;
3° Kunstbeleving ( bezoek aan musea, kunstatelier, bezoek aan theater met voorstelling);
4° Alcohol - drugs- en drugsproblematiek ;
5° Natuur en natuurbeleving ;
6° Racisme ;
7° Kennismaking met vreemde culturen en derde-wereldlanden ;
8° Geweld ;
9° Gezondheidsproblematiek ;
10° Media en Communicatie.
11° Geschiedenis, familiekunde en volkskunde.
12° Gezin en relaties
Artikel 3: De tussenkomst moet minstens 2 maand op voorhand worden aangevraagd met vermelding vazn plaats en datum van de activiteit. De aanvraag kan elektronisch gebeuren maar het vroegere formulier mag ook nog gebruikt worden.
Artikel 4: Manifestaties met partijpolitieke inslag komen niet in aanmerking.
Artikel 5: De aanvragen worden behandeld en goedgekeurd door het bestuur van de Culturele Raad.
Artikel 6: Enkel verenigingen die volwaardig lid zijn van de Culturele Raad en voldoen aan de statutaire bepalingen komen in aanmerking.
Artikel 7: Elke aangesloten vereniging kan per kalenderjaar driemaal genieten van de stimuleringstoelage. Het bedrag is vastgelegd op 125 euro per activiteit. De verenigingen kunnen per jaar nog een tweede en een derde activiteit aanvragen. Het totaal van de toelagen mag het begrootte bedrag voor het kalenderjaar niet overtreffen. De afrekening voor de derde activiteit gebeurt pas op het einde van het kalenderjaar op basis van het resterende budget vermits elke vereniging recht heeft op minstens twee betoelagingen. Indien het budget niet toereikend is om alle derde aanvragen uit te betalen, dan wordt het resterende bedrag proportioneel verdeeld.
Artikel 8: De activiteit mag door l vereniging of door verschillende verenigingen samen worden georganiseerd;
Artikel 9: Voor één activiteit kan slechts door één vereniging een toelage worden aangevraagd, ook al is het een samenwerking.
Artikel 10: De aanvragen moeten gericht worden aan het bestuur van de Culturele Raad, die beslist tot het opnemen van de activiteit als vormingsactiviteit. De betrokken vereniging wordt binnen de 2 maand verwittigd van de beslissing van het bestuur.
Artikel 11: De aanvraag omvat:
1° Titel van de manifestatie
2° plaats en datum en uur, naam van de spreker of gespreksleider
3° de vorm van de activiteit (zie artikel 1) en het thema (zie artikel 2).
Artikel 12: De uitbetalingen ( voor de eerste aangevraagde aktiviteit) gebeuren nadat de vereniging een bondig verslag, binnen de maand nadat de activiteit plaats vond, overgemaakt heeft en na goedkeuring van dit verslag door het bestuur. Voor de eventuele derde activiteit gebeurt dat bij de eindafrekening.
Artikel 13: De activiteit moet ook voor niet leden toegankelijk zijn. De publiciteit moet dan ook ruim gevoerd worden (pers). Elke aanvraag die binnenkomt wordt automatisch in de kultuurkalender opgenomen.
Artikel 14: De publiciteit voor de manifestaties die tot stand komen met steun vanwege de Culturele raad moeten de vermelding "Met steun van de Gemeentelijke Culturele Raad" bevatten.
Procedure
Enkel verenigingen erkent door de culturele raad komen in aanmerking.
Regelgeving
Downloads
- Reglement vormingsfonds297,7 Kb pdf
