Sint-Ursmaruskerk
Sint-Ursmaruskerk (Sint-Ursmarsstraat, Zegelsem – Brakel)
Driebeukige classicistische kruiskerk van 1783, met een laatgotische westertoren van baksteen en zandsteen, oorspronkelijk uit de 13de eeuw. De 18de-eeuwse kerk, met een kerkhof eromheen, heeft bakstenen gevels, rustend op een sokkel in arduin.
Het interieur is evenwichtig geconcipieerd in perfecte rococostijl. De sierlijke aankledingen, vooral in eikenhout, stammen uit vroegere bedehuizen en zijn dus merkelijk ouder dan de kerk zelf. Het gaat hier vooral om de drie altaren, de hoge lambrisering en de koorbanken in het hoogkoor, de biechtstoelen en het belangrijkste meubilair.
De kerk beschikt daarenboven over een prachtig doksaal en tochtportaal met een orgel gebouwd door Lambert Van Peteghem, lid van de bekende orgelbouwersfamilie. Maar ook de preekstoel, de collectie reuzengrote schilderijen uit de 17de en 18de eeuw, de glasramen, het sacristiemeubilair en de vele oude grafstenen uit de 17de eeuw zijn zeker vermeldenswaard.

Hernieuwing van het contract voor het medisch materiaal in het museum.
Op zondag 30 januari 2022 werd het nieuwe werkjaar geopend in het Gemeentelijk Medisch Historisch Museum Hieremias Triverius Brachelius. Ook in het komende jaar is het museum elke laatste zondag van de maand open voor het publiek (behalve in december). Als naar gewoonte is er een gratis gidsbeurt om 15 uur, maar dat kan ook om 14 of 16 uur na afspraak. Reserveren mag maar is niet meer vereist. Bezoeken van groepen gebeuren na afspraak en kunnen ook doorheen de week.
Het gemeentelijk museum werd in februari 2015 opgericht en gaat aldus het achtste jaar in. Dokter Wilfried Cornette, chirurg en gewezen spoedarts van het AZ Sint-Elisabeth te Zottegem beschikte over een fenomenale verzameling medisch materiaal. Zijn rondreizende tentoonstelling was te bezichtigen in universiteiten van binnen- en buitenland en in het Triveriusjaar 2004 was ook een deel te zien in Opbrakel in het Sint-Franciscustehuis. In 2014 was dokter Cornette op zoek naar een ruimte om zijn collectie permanent tentoon te stellen. Die ruimte werd gevonden in de kapel van de Zusters van Maria in Brakel. De merkwaardige collectie is opgesteld in een heel bijzonder gebouw en het bleek een ideale combinatie te zijn want door de soberheid van de Art-Decokapel komt de collectie maximaal tot zijn recht. In februari 2015 werd het Gemeentelijk museum opgericht en Wilfried Cornette was bijzonder gelukkig met dat museum en met de presentatie van zijn collectie. Zijn rusteloze natuur kwam tot rust toen hij zag dat zijn levenswerk in goede handen was. Hij overleed op 11 juni 2018 op 77-jarige leeftijd.

De erfgenamen gaven een paar jaar geleden zijn medische bibliotheek aan het museum en vorig jaar werden nog eens acht toestellen uit zijn verzameling toegevoegd aan de collectie en opgesteld in het museum. Ze stonden al die tijd in een depot van stad Zottegem. De medische bibliotheek werd vorig jaar ook aangevuld met boeken uit de verzameling van de familie Christiaens, waaronder zelfs lijvige boeken in handschrift, van dokter Thuysbaert en van dokter Leo Gommé. De museumbibliotheek omvat thans meer dan 500 boeken van de 16de tot de 20ste eeuw en ze zijn nagenoeg allemaal ter beschikking voor medisch-historisch onderzoek.
De erfgenamen van dokter Cornette wensen de verzameling verder ter beschikking te stellen van het museum. Daartoe werd een nieuw contract opgesteld dat op 30 januari 2022 plechtig werd ondertekend tijdens een korte plechtigheid. In 2015 was er een contract tussen Wilfried Cornette en de gemeente Brakel en dat moest hernieuwd worden met de erfgenamen van dokter Cornette. In overleg met het college werd dit nieuwe contract overgenomen door de Orde en de GHK Triverius. Het is logisch dat het in handen is van de uitbaters. Na toespraken van Lieven Bauwens, voorzitter van de vzw en de Orde, en Ludwig De Temmerman, voorzitter van de Geschied- en Heemkundige kring, die hulde brachten aan de nagedachtenis van Wilfried Cornette, sprak Karen Cornette namens de familie haar dank uit aan de verenigingen die een dergelijk mooi museum hebben uitgebouwd, waarbij de collectie van haar vader maximaal tot zijn recht komt. Wegens de geldende coronamaatregelen werden enkel de bestuursleden van de vzw Museumkapel Triverius, die het beheer van het beschermde gebouw op zich gaat nemen, de Geschied- en Heemkundige Kring Triverius en de Orde van Triverius uitgenodigd. De uitbating van het museum gebeurt door de vrijwilligers van die verenigingen.

Dit museum bevat medische instrumenten en boeken uit de vorige eeuwen. Onder het motto ‘Van Klisteerspuit tot hyperbaartoestel’ behandelt het museum de geneeskunde vanaf Triverius (1504 – 1554) tot nu.

Jeremias De Drivere
Jeremias De Drivere werd in 1504 in Nederbrakel geboren als zoon van Jeroom, een dorpschirurgijn. Als eenvoudige dorpsjongen kreeg hij de kans om te studeren aan de Leuvense universiteit. Hij bleef actief aan de Leuvense universiteit als lid van de Artes faculteit en werd er benoemd als de eerste professor in de anatomie. Hij gaf zijn naam een Latijns tintje en werd Triverius.
In 1541 werden de professoren van de oude stempel afgezet onder druk van de studenten en werd hij de enige professor in de geneeskunde. Hij was de vernieuwer van de geneeskunde aan de universiteit van Leuven en hij overleed er in december 1554. Te Leuven was Triverius leraar van Vesalius en hij schreef in totaal 19 boeken. Drie van die boeken (1539, 1549 en 1552) zijn in het museum te bezichtigen. Daarnaast is er ook een herdruk uit 1954 van een boek uit 1548.

Kruiden en artsenijen
Geneeskrachtige planten waren de eerste medicijnen. De apotheker beschikte over de kennis om op die basis en met enkele artsenijkundige stoffen, siroop, zalf, poeders, en pilletjes te maken. Dat alles werd in prachtige potten en kruiken gebracht.

Geschiedenis
Tot in de 16de eeuw bestond de geneeskunde bijna uitsluitend uit purgeren, klisteren (lavement) en aderlaten. Dat waren de enige bekende middelen om “het kwade” uit het lichaam te halen.
De ziekteverwekkers kon men maar bestrijden als men ze kende. De microscoop maakte bacteriën en minuscule schurftmijten zichtbaar. Voor de virussen was krachtiger apparatuur nodig.
Amper vanaf 200 jaar geleden is er sprake van verdoving. De tandarts liep de kermissen af om mensen van hun tandpijn te verlossen, zonder verdoving, tenzij wat jenever. Het was dan ook een kermisattractie.
Urologie, proctologie, NKO, oftalmologie, gynaecologie, … het komt allemaal aan bod in het museum en zelfs alternatieve geneeswijzen hebben een geschiedenis.
De chirurgie
De chirurgie begon met de zilveren messen van het Parijse bedrijf Grangeret. Zij maakten een speciaal mes waarmee de Franse Koning Lodewijk XIV aan de aars geopereerd werd. Dat leverde hen het garantiemerk “Couteau du roi” op.

