Het ziet er een liefelijk plattelandsdorp uit vol bekoorlijke uitzichten, maar het is evengoed een dorp met een geschiedenis, waarin de Romeinen figureren en waarvan de naam en de St-Martinuskerk aan het eind van de elfde eeuw al in twee aktes vermeld stonden. In de eerste eeuw van onze tijdrekening kwam er een Romeinse heerbaan voorbij (Bavai-Gent), in de middeleeuwen werd Opbrakel een heerlijkheid in handen van de familie Van Brakel en liep de Brunhildeweg er doorheen om de rivaliserende graafschappen Henegouwen en Vlaanderen met elkaar te verbinden en nog veel later werd de gemeente doorkruist door een inmiddels ook alweer vergane spoorlijn tussen Brakel en Ronse, die nu tot wandelweg is omgevormd. De talrijke bronnen en bovenlopen van de Zwalm, alsook de Molenbeek, waarlangs ooit het riante waterkasteel van de heren van Brakel stond, zorgen ervoor dat er niet alleen te land maar ook te water iets te beleven valt in Opbrakel. De Sint-Martinuskerk is op een hoogte van 56 meter gelegen en prijkt met haar vroeggotische westtoren boven het adembenemende landschap uit.
De Sint-Martinuskerk de kerk staat niet alleen hoog, ze staat er ook stoer en robuust bij met haar 8-kantige toren. De toren dateert van de 13de eeuw, terwijl de rest van de kerk in het midden van de 18de eeuw werd gebouwd en classicistisch van vorm is. Ga gerust eens binnen, want vooral het rococo-stukwerk met rocaille-en schelpmotieven is best de moeite. De hemelse klanken komen er uit een origineel Van Petegem-orgel dat in 1789 gebouwd werd. De buitenkant van de kerk is intussen grondig gerestaureerd.
