Gemeentelijke subsidie voor jeugdcultuur- en projecten

Subsidiereglement betreffende toekenning van subsidies voor Jeugdcultuur & -projecten.

Voorwaarden

Het toekennen van de subsidie gebeurt op basis van het gemeentelijk subsidiereglement.

Art 1: Binnen de perken van de kredieten, daartoe goedgekeurd op de begroting van de gemeente Brakel, kunnen door het schepencollege subsidies worden verleend voor jeugdcultuur & - projecten volgens de regeling en voorwaarden die hierna worden vastgesteld.

Art 2: Met jeugdcultuur wordt bedoeld alle initiatieven die gericht zijn naar jongeren tot maximum 30 jaar en naar een meerwaarde streven in het culturele leven en niet behorend tot de reguliere werking van de initiatiefnemer. Zodanig behoren fuiven en eetfestijnen niet tot jeugdcultuur. Daarnaast moeten de initiatieven doorgaan op het grondgebied van de gemeente Brakel en goedgekeurd worden door de jeugdraad.

Art 3: Met jeugdprojecten wordt bedoeld alle projecten die gericht zijn naar jongeren tot maximum 30 jaar en naar een meerwaarde streven in het sociale of maatschappelijke leven en niet behorend tot de reguliere werking van de initiatiefnemer. Zodanig behoren fuiven en eetfestijnen niet tot jeugdprojecten. Daarnaast moeten de projecten doorgaan op het grondgebied van de gemeente Brakel en goedgekeurd worden door de jeugdraad.

Wie kan worden gesubsidieerd?

Art 4: Om in aanmerking te komen voor subsidiëring moet de initiatiefnemer een jeugdvereniging of jongere zijn, die gevestigd is of woont in de gemeente Brakel.

Hoe gebeurt de aanvraag en toekenning?

Art 4: De aanvraag dient schriftelijk te gebeuren en de volgende gegevens te bevatten:

  1. De omschrijving van het jeugdcultuurinitiatief of jeugdproject, met de vermelding van o.m. het thema, de doelgroep de duur, de wijze van begeleiding;

  2. Een gedetailleerde begroting;

  3. Een rekeningnummer van de vereniging of individu;

Art 5: De aanvragen moeten minstens 1 maand voor de aanvang van het project ingediend worden. Uiterlijk op 30 november moet een werkingsverslag en een financieel verslag bij het schepencollege worden ingediend. De betaling van jeugdcultuurinitiatieven en jeugdprojecten wordt ten laste genomen van de kredieten van het lopende kalenderjaar, indien het project aanvangt voor 1 december van het lopende kalenderjaar; projecten die aanvangen na 1 december van het lopende kalenderjaar worden betoelaagd met de kredieten, daartoe goedgekeurd op de begroting van het volgende kalenderjaar.

Art 6: Alle aanvragen worden chronologisch behandeld tot uitputting van het begrotingskrediet; daarna worden de aanvragen op een chronologische wachtlijst geplaatst om eventueel tijdens het volgend begrotingsjaar te behandelen.

Art 7: Volgende posten kunnen in aanmerking komen voor subsidiëring:

  • Administratie – en werkingskosten

  • Materiaalkosten

Hoe wordt de subsidie berekend?

Art 8: Binnen de perken van het begrotingskrediet, bedraagt de subsidie 100% met een maximum van de helft van de subsidiepot van de voor subsidiëring in aanmerking komende uitgaven. Het schepencollege bepaalt op grond van het ingediende aanvraagdossier het voorlopig subsidiebedrag en het bedrag van de voorschotten. Onmiddellijk na de goedkeuring van het project verleent het schepencollege een voorschot van 60% op de vermoedelijke subsidie.

Het subsidiesaldo wordt betaald na ontvangst van het werkingsverslag en het financieel verslag. De definitieve vastlegging van het subsidiebedrag zal worden vastgelegd op basis van het financieel verslag en het werkingsverslag.

Procedure

Enkel verenigingen erkent door de jeugdraad komen in aanmerking.

Downloads

Naar top