Dit heel landelijke, bosrijke, heuvelachtige en afgelegen dorp paalt aan Henegouwen en hoorde tot 1963 bij de Waalse provincie. Maar de naam van het Tweelingendorp heeft het niet aan zijn taalmatige dubbelheid te danken. Opper- en Neder-Everbeek zijn gewoon twee afgescheiden woonkernen. De benedenkant is het oorspronkelijke centrum. Het gehucht Everbeek-Boven groeide in de negentiende eeuw heel sterk aan en in 1868 bouwden de inwoners er een eigen kerk. Wie ongerepte natuur en stilte zoekt, kan nergens beter terecht. Smalle veldweggetjes, kronkelende paadjes en kabbelende beekjes doorsnijden de glooiende landschappen. Tegenwoordig is dat natuurlijk een troef.
De Sint-Mariakerk werd in 1719 gebouwd en in 1959 beschermd. Het is een laatbarokke, driebeukige kerk. Ze bevindt zich in het benedenkwartier en ze bevat heel wat opmerkelijke kunstwerken, zoals de levensgrote, laatgotische Kruisdragende Christus, een werk dat dateert van 1500. Het interieur van de kerk is grondig gerestaureerd.
Sint-Jozefskerk deze driebeukige neogotische kerk werd in 1873 opgetrokken door de bewoners van het bovenkwartier die een eigen gebouw wilden om de toen nog vaak dagelijkse eredienst te vieren. Het interieur van de kerk is grondig gerestaureerd.
