Dagorde: Politieverordening betreffende nachtwinkels. Goedkeuring.
DE RAAD;
Gelet op het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, meer bepaald artikel 42
Gelet op de Nieuwe Gemeentewet, meer bepaald artikelen 119 en 119bis
Gelet op de Wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening, meer bepaald de artikelen 6 en 18;
Overwegende dat het wenselijk is de bestaande en toekomstige nachtwinkels nader te reglementeren en meer bepaald te onderwerpen aan het verkrijgen van een uitbatingvergunning;
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen,
Gelet op de stemming waaraan 23 raadsleden deelnemen en de volgende uitslag heeft:
- 23 ja-stemmen
Gelet op de eenparigheid van de stemming;
Gelet op de positieve raadgevende stem van schepen André Flamand
BESLUIT:
Artikel 1: Begripsomschrijving
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
uitbater: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die eigenaar is van de handelszaak (maar niet noodzakelijk van het handelspand) en voor wiens rekening en risico de instelling wordt uitgebaat.
aangestelde: de natuurlijke persoon die de uitbating van de handelszaak ter plaatse waarneemt in opdracht van de uitbater.
nachtwinkel: een vestigingseenheid die
a) ingeschreven is in de KBO (Kruispuntbank van Ondernemingen) uitsluitend onder de rubriek “verkoop van algemene voedingswaren en huishoudelijke artikelen”
b) geen andere handelsactiviteit uitoefent dan die hierboven bedoeld
c) een maximale netto-verkoopsoppervlakte heeft van 150m²
d) en op een duidelijke en permanente manier de vermelding “Nachtwinkel” draagt
uitbatingvergunning: vergunning voor het uitbaten van een nachtwinkel verleend door het college van burgemeester en schepenen nadat voldaan is aan een aantal uitbatingvoorwaarden.
Artikel 2: Toepassingsgebied
Dit reglement is van toepassing op alle nieuw te openen en bestaande vestigingseenheden op het grondgebied van de gemeente die, rekening houdend met de begripsomschrijvingen van artikel 1 van dit reglement, worden beschouwd als een nachtwinkel.
Artikel 3: Sluitingsuren van nachtwinkels.
In afwijking van artikel 6, c) van de Wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening, wordt de toegang van de consument tot nachtwinkels verboden voor 18 u en na 01 uur
Artikel 4: uitbatingvergunning
§ 1 Alle nachtwinkels zijn verplicht om in het bezit te zijn van een uitbatingvergunning. De uitbatingvergunning wordt afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen.
§ 2 Voor de nachtwinkels die bestaan op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit reglement, moet de uitbater uiterlijk binnen een periode van 2 maanden na de inwerkingtreding van dit reglement een uitbatingvergunning aanvragen. De aanvraag geldt als tijdelijke uitbatingvergunning tot de definitieve vergunning wordt verleend of geweigerd.
§ 3. De uitbatingvergunning kan enkel worden verleend na een administratief onderzoek dat volgende componenten bevat:
1. een brandveiligheidsonderzoek:
een onderzoek of de vestigingseenheid waar de handelsactiviteit wordt uitgeoefend, voldoet aan de minimumnormen inzake brandpreventie. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de brandweer.
2. een financieel onderzoek:
een onderzoek naar de betaling van alle verschuldigde gemeentefacturen en aanslagbiljetten, van welke aard ook, die betrekking hebben op de vestigingseenheid en de uitbater. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de financiële dienst van de gemeente.
3 een stedenbouwkundig onderzoek :
een onderzoek naar de stedenbouwkundige conformiteit van de vestigingseenheid waarbij wordt onderzocht of de vestigingseenheid beschikt over de benodigde stedenbouwkundige vergunningen en in overeenstemming is met de geldende stedenbouwkundige voorschriften Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de dienst stedenbouw van de gemeente.
4. een moraliteitsonderzoek:
een onderzoek inzake de zedelijkheid voor het exploiteren van een drankgelegenheid overeenkomstig de regeling van het KB van 3 april 1953 inzake de slijterijen van gegiste dranken, het KB van 4 april 1953 tot uitvoering van dit KB en de Wet van 28 december 1983 betreffende de vergunning voor het verstrekken van sterke drank, verricht door de Lokale Politie.
5. een onderzoek naar de naleving van de hygiënevereisten:
de uitbater stelt zich zelf in regel met de voorschriften van het FAVV (Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de voedselketen). Naargelang de activiteiten die hij uitoefent, moet hij aan de burgemeester al dan niet een afschrift bezorgen voor toelating, de erkenning of de registratie van zijn activiteiten door het Agentschap.
6. een onderzoek naar de vestigingsformaliteiten:
een onderzoek naar de vestigingsformaliteiten als ondernemer (inclusief beroepskaart) of enige andere vergunning die wettelijk voorgeschreven is.
§ 4 De uitbatingvergunning wordt verleend voor een termijn van maximum 3 jaar.
Uiterlijk 3 maanden voor het verstrijken van voormelde termijn moet de uitbater schriftelijk een aanvraag indienen bij het college van burgemeester en schepenen tot hernieuwing van de uitbatingvergunning.
De uitbater die nalaat binnen de voormelde termijn een hernieuwing van de uitbatingvergunning aan te vragen, verliest zijn uitbatingvergunning op de vervaldag van de duurtijd.
De aanvraag tot hernieuwing van de uitbatingvergunning geldt als voorlopige vergunning tot
de definitieve inwilliging of weigering wordt verleend.
Het college van burgemeester en schepenen kan de duurtijd van de vergunning beperken tot minder dan 3 jaar. In voorkomend geval moet de duurtijd minstens 1 jaar bedragen.
§ 5 Het college van burgemeester en schepenen kan beslissen in de uitbatingvergunning bijzondere voorwaarden op te nemen afhankelijk van specifieke omstandigheden, bv. de ligging van de inrichting.
§ 6 De uitbatingvergunning is geldig, te rekenen vanaf de datum van ondertekening door de
burgemeester.
§ 7 De uitbatingvergunning wordt afgeleverd aan een uitbater voor een welbepaalde handelszaak op een bepaald adres en kan niet worden overgedragen aan een andere uitbater of worden overgedragen naar een andere locatie.
§ 8 De uitbatingvergunning moet steeds op eerste verordening van een bevoegde controlerende ambtenaar ter inzage worden voorgelegd
§ 9 In onderstaande gevallen moet de uitbater onmiddellijk en per aangetekend schrijven het college van burgemeester en schepenen op de hoogte brengen:
- Wanneer er een wijziging in het resultaat van een of meerdere administratieve onderzoeken of een verandering van sluitingsdag en/of openingsuren optreedt;
- Wanneer er een stopzetting van economische activiteit is;
- Wanneer er een verandering van aangestelde plaatsvindt.
§ 10 In nachtwinkels mogen geen dranken geschonken worden.
Artikel 5: Vergunningsaanvraag
Voor het verkrijgen van een vergunning dient de uitbater een schriftelijke aanvraag in bij het college van burgemeester en schepenen aan de hand van een daartoe voorzien aanvraagformulier.
Wanneer de aanvraag volledig is, ontvangt de uitbater een ontvangstbewijs voor zijn aanvraag. Op de dag van de aflevering van het ontvangstbewijs start de termijn van 90 dagen voor de uitvoering van de administratieve onderzoeken en de beslissing over de uitbatingvergunning. Binnen deze termijn betekent het college van burgemeester en schepenen per aangetekend schrijven aan de uitbater zijn beslissing over de uitbatingvergunning. Bij ontstentenis van een beslissing van het college van burgemeester en schepenen binnen deze termijn wordt de beslissing geacht gunstig te zijn.
Het college van burgemeester en schepenen kan bepalen dat nader te bepalen documenten overhandigd moeten worden.
Artikel 6: Weigeringgronden
Het college van burgemeester en schepenen weigert de uitbatingvergunning:
- Indien de administratieve onderzoeken die voorafgaan aan het verlenen van de bijzondere uitbatingvergunning negatief werden geadviseerd;
- Als de openbare orde, de openbare rust en/of de openbare gezondheid gevaar loopt.
Artikel 7: Vergunning van rechtswege vervallen
De vergunning vervalt van rechtswege, op het moment dat de uitbating van de inrichting voor een periode van langer dan zes maanden feitelijk is onderbroken.
Artikel 8: Politiemaatregelen en strafbepalingen
§1 Overeenkomstig artikel 18 § 3 van de Wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening kan de burgemeester de sluiting bevelen van de nachtwinkels die worden uitgebaat in overtreding op onderhavig gemeentelijk reglement.
§2 Bij het overtreden van de in artikel 3 voorziene openingsuren gelden de strafbepalingen zoals voorzien in artikelen 19 tot en met 22 van de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening.
§3 Tenzij een wet of een decreet andere strafbepalingen bevat, wordt elke overtreding van deze politieverordening overeenkomstig artikel 119bis Nieuwe Gemeentewet bestraft met een:
- Een administratieve geldboete van maximum 250 euro;
- Een administratieve schorsing of intrekking van de door de gemeente afgeleverde toelating of vergunning voor de nachtwinkel;
- Een tijdelijke of definitieve sluiting van de nachtwinkel.
Artikel 9: Overige bepalingen
§1 Dit reglement treedt in werking op 01/01/2009
§2. Dit reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen van artikel 186 van het gemeentedecreet.
§ 3. Afschrift van dit reglement zal, conform artikel 42 §3 van het gemeentedecreet, worden verzonden aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg en aan die van de politierechtbank van Oudenaarde.
ALDUS BESLIST IN ZITTING DATUM ZOALS HIERBOVEN VERMELD.
Dagorde: Gemeentefinanciën. Belasting op nachtwinkels.
DE RAAD;
Gelet op het gemeentedecreet van 15 juli 2005, zoals gewijzigd;
Gelet op het decreet betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenbeslechtiging van de provincie- en gemeentebelastingen d.d. 30 mei 2008;
Gelet op het besluit d.d. 22 december 2008 betreffende de politieverordening voor de uitbating van nachtwinkels;
Overwegende dat zich op het grondgebied van de gemeente een aantal nachtwinkels bevinden;
Overwegende dat de activiteiten van de nachtwinkels fundamenteel verschillen van deze van de gewone kleinhandel: de openingsuren situeren zich grotendeels tijdens de nachtrust van de meeste omwonenden, ook wordt er enigszins ander publiek aangetrokken;
Overwegende dat bovenvermelde situatie kan leiden tot grotere inspanningen vanwege de gemeente, o.a. wat betreft de inzet van de lokale politie;
Overwegende dat het billijk is dat de betrokken handelszaken als tegenprestatie een bijzondere inspanning doen;
Overwegende dat, om het nodige effect te ressorteren, het geraadzaam is het tarief voldoende hoog te nemen;
Gelet op de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel ambacht en dienstverlening;
Overwegende dat de financiële toestand van de gemeente de invoering vergt van alle rendabele belastingen;
Gelet op het voorgestelde ontwerp van een belasting op nachtwinkels;
Gelet op het voorstel van het college van burgemeester en schepenen om voormelde belasting goed te keuren;
Gelet op de stemming waaraan 23 raadsleden deelnemen en welke volgende uitslag heeft:
- 16 ja-stemmen
- 7 onthoudingen
Gelet op de volstrekte meerderheid van de stemming;
Gelet op de positieve raadgevende stem van Schepen André Flamand;
BESLUIT:
Art.1:
Met ingang van 1 januari 2009, wordt er zowel een openingsbelasting als een jaarlijkse belasting geheven op nachtwinkels gelegen op het grondgebied van Brakel.
Voor de toepassing van de politieverordening, moet er onder nachtwinkels verstaan worden, elke winkel die in algemene voedingswaren en huishoudartikelen handelt en tussen 18.00 uur en 01.00 uur open is, zoals bedoeld in de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel ambacht en dienstverlening en ongeacht of alle verplichtingen en beperkingen voortvloeiend uit die wet door de nachtwinkel gerespecteerd zijn.
Art.2:
De aanslagvoet per nachtwinkel is vastgesteld op € 6000,00. Ze is verschuldigd bij elke opening of bij elke overname van een nachtwinkel door een andere uitbater.
Art.3:
De jaarlijkse belasting is vastgesteld op € 1500,00 per nachtwinkel.
De belasting is verschuldigd per nachtwinkel voor het ganse jaar. Ze begint het aanslagjaar volgend op dat waarin de openingsbelasting verschuldigd was of in voorkomend geval vanaf het invoege treden van onderhavig belastingreglement.
Art.4:
De belasting is verschuldigd door de uitbater van de nachtwinkel. De eigenaar van het handelsfonds is solidair verantwoordelijk voor de betaling van de belasting.
Art.5:
De aangifte gebeurt bij middel van een door het gemeentebestuur ter beschikking gesteld formulier dat door de belastingplichtige, behoorlijk ingevuld en ondertekend, voor de erin vermelde datum moet worden teruggestuurd.
De belastingschuldige die geen aangifteformulier ontvangen heeft, moet spontaan aan het bestuur de gegevens nodig voor de aanslag aangeven:
- uiterlijk een maand voor de opening van de nachtwinkel voor wat de openingsbelasting betreft;
- uiterlijk op 15 mei van het dienstjaar voor wat de jaarlijkse belasting betreft.
De aangifte blijft geldig tot ze wordt opgezegd;
Art.6:
Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 5 vastgestelde termijn of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgend de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de beslissing.
De belastingschuldige beschikt over een termijn van dertig dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Art.7:
In de gevallen zoals bepaald in artikel 6, wordt, onverminderd de betaling van de verschuldigde belasting, een belastingsverhoging van 100% van de belastingsaanslag opgelegd.
Art.8:
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Art.9:
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Art.10:
De belastingschuldige die menen onrechtmatig te zijn belast, kunnen een bezwaarschrift indienen
bij de bevoegde overheid, die handelt als administratieve overheid. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn op straffe van verval en worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde kalenderdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.
Art. 11:
Afschrift van deze beslissing zal toegestuurd worden aan de heer Gouverneur van de Provincie.
ALDUS BESLIST IN ZITTING DATUM ZOALS HIERBOVEN VERMELD.
Dagorde: Gemeentefinanciën. Aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting. Vaststelling.
DE RAAD;
Gelet op het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, zoals gewijzigd;
Overwegende dat de financiële toestand van de gemeente de invoering vergt van alle rendabele belastingen;
Gelet op de gemeentelijke dienstverlening aan diegenen die op het grondgebied van de gemeente verblijven;
Gelet op de artikelen 465 tot en met 470bis van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen;
Gelet op het mondeling verslag van de schepen van Financiën, de heer Johan Thomas;
Gelet op de stemming waaraan 23 raadsleden deelnemen en welke de volgende uitslag heeft:
- 15 ja-stemmen
- 8 neen-stemmen
Gelet op de volstrekte meerderheid van de stemming;
Gelet op de positieve raadgevende stem van de Schepen André Flamand;
BESLUIT:
Art.1: Voor de aanslagjaren 2009 tot en met 2012 wordt een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente Brakel op 1 januari van het aanslagjaar.
Art. 2: De belasting wordt vastgesteld op 8% van het volgens artikel 466 van het “Wetboek van de inkomstenbelasting 1992” berekende gedeelte van de personenbelasting die een het Rijk verschuldigd is voor het zelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.
Art. 3: De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen door het toedoen van het bestuur der directe belastingen geschieden, overeenkomstig de bepalingen vervat in de artikelen 466 e.v. van het wetboek van de Inkomstenbelastingen.
Art.4: Deze verordening wordt naar de toezichthoudende overheid gezonden.
ALDUS BESLIST IN ZITTING DATUM ZOALS HIERBOVEN VERMELD.
Dagorde: Gemeentefinanciën. Gemeenteopcentiemes op de onroerende voorheffing. Vaststelling.
DE RAAD;
Gelet het Gemeentedecreet;
Overwegende dat de financiële toestand van de gemeente de invordering van alle rendabele belastingen vergt;
Gelet op de gemeentelijke dienstverlening aan diegenen die op het grondgebied van de gemeente verblijven;
Gelet op de artikelen 153 tot 162 en 351 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen (coördinatie KB 26/02/1964);
Op voordracht van de Schepen van Financiën;
Gelet op de stemming waaraan 23 raadsleden deelnemen en welke de volgende uitslag heeft:
- 15 ja-stemmen
- 8 neen-stemmen
Gelet op de volstrekte meerderheid van de stemming;
Gelet op de positieve raadgevende stem van de Schepen André Flamand;
BESLUIT:
Art.1: Voor de aanslagjaren 2009 tot en met 2012 worden 1300 opcentiemen op de onroerende voorheffing geheven.
Art.2: Deze beslissing zal worden overgemaakt aan de heer Gouverneur van de Provincie.
ALDUS BESLIST IN ZITTING DATUM ZOALS HIERBOVEN VERMELD.
Dagorde: Gemeentefinanciën. Algemene belasting gezinnen en bedrijven. Vaststelling.
DE RAAD;
Gelet op het gemeentedecreet van 15 juli 2005, zoals gewijzigd;
Gelet op het decreet betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenbeslechtiging van de provincie- en gemeentebelastingen d.d. 30 mei 2008;
Gelet op het raadsbesluit d.d. 18 december 2006, aangepast bij raadsbesluit d.d. 17 december 2007 houdende een algemene belasting gezinnen en bedrijven;
Gelet op de financiële toestand van de gemeente;
Gelet op de gemeentelijke dienstverlening aan diegenen die op het grondgebied van de gemeente verblijven;
Gelet op het voorgestelde ontwerp van een algemene belasting gezinnen en bedrijven;
Gelet op het voorstel van het college van burgemeester en schepenen om de algemenen belasting gezinnen en bedrijven te verminderen met € 12.50;
Gelet op de stemming waaraan 23 raadsleden deelnemen en welke volgende uitslag heeft:
- 15 ja-stemmen
- 8 neen-stemmen
Gelet op de volstrekte meerderheid van de stemming;
Gelet op de positieve raadgevende stem van schepen André Flamand;
BESLUIT:
Art.1: Voor de periode vanaf 01/01/2009 tot en met 31/12/2009 wordt er, ten behoeve van de gemeente, een algemene belasting gezinnen en bedrijven gevestigd.
Art.2: De Algemene belasting gezinnen en bedrijven is op basis van de toestand op 1 januari van het belastingjaar ten laste van:
a) * De referentiepersoon van ieder gezin als zodanig ingeschreven in het bevolkingsregister of het vreemdelingenregister op 1 januari van het belastingsjaar. De andere leden van ieder gezin zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Onder gezin wordt verstaan:
- hetzij een persoon die gewoonlijk alleen leeft;
- hetzij een vereniging van twee of meerdere personen die al dan niet door familiebanden gebonden, gewoonlijk eenzelfde woning of woongelegenheid betrekken en er samen leven.
* De belasting is verschuldigd per woning of woongelegenheid
b) * De natuurlijke en/of rechtspersoon en feitelijke verenigingen die op 1 januari van het aanslagjaar, als hoofd- en/of bijkomend activiteit, een activiteit uitoefent op het grondgebied van de gemeente.
* De belasting is verschuldigd afzonderlijk per vestiging, hoe dan ook genaamd, gelegen op het grondgebied van de gemeente en door de belastingschuldige gebruikt of tot zijn gebruik voorbehouden.
* Elke belastingschuldige is gehouden per vestiging aangifte te doen bij middel van een door het gemeentebestuur ter beschikking gesteld formulier dat door hem, behoorlijk ingevuld en ondertekend, voor de erin vermelde datum moet worden teruggestuurd. De belastingschuldige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, is gehouden uiterlijk 15 mei van het belastingsjaar, aan het gemeentebestuur de voor de naslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen.
* Elke belastingschuldige die de loop van het belastingsjaar de zelfstandige activiteit stopzet, zijn naam, rechtsvorm, briefwisseling en/of vestigingsadres wijzigt, moet uit eigen beweging het gemeentebestuur hiervan in kennis stellen binnen de maand volgend op de de stopzetting en/of wijzigingen en de nodige bewijzen toevoegen.
Art.3: De algemene belasting gezinnen en bedrijven bedraagt € 50,00 per jaar.
Art.4: De algemene belasting gezinnen en bedrijven wordt herleid tot € 25,00 voor de gezinnen, waarvan minstens 1 persoon op 1 januari van het belastingjaar behoort tot één van de onderstaande categorieën die recht hebben op een verhoogde tegemoetkoming inzake gezondheidszorgen, zoals geregistreerd in het bestand van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid:
a) De gepensioneerden, de weduwnaars en weduwen, de wezen en degenen die invaliditeitsuitkering genieten en recht hebben op een verhoogde tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging.
b) Gerechtigde aan wie één van de tegemoetkomingen, bedoeld in de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten, en hun persoon ten laste, alsmede de personen ten laste van de in de artikelen 32 en 33 bedoelde gerechtigden, die het voormelde recht op het leefloon genieten.
c) De gerechtigden aan wie het recht op het leefloon, ingevoegd bij de wet van 7 augustus 1974, wordt toegekend en de personen die te hunne laste zijn ingeschreven, alsmede de personen ten
laste van de in artikelen 32 en 33 bedoelde gerechtigden, die het voormelde recht op het leefloon genieten.
d) De gerechtigden aan wie een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn steun verleent die geheel of gedeeltelijk door de federale staat ten laste wordt genomen op grond van de artikelen 4en 5 van de wet van 2 april 1965 betreffende de tenlasteneming van de steun, toegekend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, en de personen ten hunnen laste zijn ingeschreven, alsmede de personen ten laste van de in artikelen 32 en 33 bedoelde gerechtigden, aan wie een dergelijke hulp wordt toegekend.
e) De gerechtigden die een bij wet van 1 april 1969 ingesteld gewaarborgd inkomen voor bejaarden genieten of met toepassing van artikel 21,§2, van dezelfde wet het recht op de rentebijslag behouden, en hun personen ten laste, alsmede de personen ten laste van de in artikelen 32 en 33 bedoelde gerechtigden aan wie een vermeld gewaarborgd inkomen of de rentebijslag wordt toegekend.
f) Gerechtigden die langdurig werkloos zijn die tenminste 50 jaar zijn, sedert tenminste één jaar de hoedanigheid van volledig werkloze hebben als bedoeld in de werkloosheidsreglementering en gezinslast hebben of alleenstaande zijn.
Art.5: Teneinde dubbele belastingen te voorkomen is de algemene belasting gezinnen en bedrijven niet verschuldigd door hen die een beroeps- en/of bedrijvenactiviteit uitoefenen op hetzelfde adres als waar zij gedomicilieerd zijn en waarvoor zij reeds een algemene belasting gezinnen en bedrijven verschuldigd zijn.
Art.6: De belasting wordt berekend per jaar. Ieder begonnen jaar wordt hierbij als volledig aangerekend, met dien verstande dat alleen de toestand op 1 januari in aanmerking wordt genomen.
Art.7: De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Art.8: De kohierbelasting is betaalbaar binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Het kohier wordt tegen ontvangstbewijs overgezonden aan de met de vordering belaste ontvanger die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten.
Art.9: De belastingschuldige die menen onrechtmatig te zijn belast, kunnen een bezwaarschrift indienen
bij de bevoegde overheid, die handelt als administratieve overheid. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn op straffe van verval en worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde kalenderdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.
Art.10: Het college verleent ambtshalve ontheffing van de overbelastingen die o.a. voortvloeien uit materiële vergissingen, op voorwaarde dat die door de administratie werden vastgesteld.
Art.11: Dit besluit vervangt alle vroegere raadsbesluiten ter zake met ingang van 1 januari 2009.
Art.12: Deze vordering zal ter kennisgeving aan de Hogere Overheid worden overgemaakt.
ALDUS BESLIST IN ZITTING DATUM ZOALS HIERBOVEN VERMELD.
Dagorde: Gemeentefinanciën. Belasting op tweede verblijven en weekendhuisjes. Vaststelling.
DE RAAD
Gelet op het gemeentedecreet van 15 juli 2005, zoals gewijzigd;
Gelet op het decreet d.d. 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenbeslechtiging van de provincie- en gemeentebelastingen;
Gelet op het gemeenteraadsbesluit d.d. 20 oktober 2008 houdende de belasting op tweede verblijven en weekendhuisjes;
Gelet op de lasten hieruit voortspruitend voor de gemeente;
Gelet op de financiële toestand van de gemeente;
Gelet op de gemeentelijke dienstverlening aan diegenen die op het grondgebied van de gemeente over een tweede verblijf beschikken;
Gelet op het voorgestelde ontwerp van een belasting op tweede verblijven en weekendhuisjes;
Gelet op het voorstel van het college van burgemeester en schepenen om voormelde belasting goed te keuren;
Gelet op de stemming waaraan 23 leden deelnemen en welke volgende uitslag heeft:
- 15 ja-stemmen
- 1 neen-stem
- 7 onthoudingen
Gelet op de volstrekte meerderheid der stemming;
Gelet op de positieve raadgevende stem van de Schepen André Flamand;
BESLUIT:
Art.1: Voor de aanslagjaren 2009 tot en met 2012 wordt een belasting op de tweede verblijven gevestigd.
Art.2: Als tweede verblijf wordt beschouwd, een woongelegenheid waarvoor de persoon die er werkelijk gebruik van maakt, niet ingeschreven is in de bevolkingsregisters van de gemeente Brakel, en waarvoor hij nog geen aanvraag tot inschrijving ingediend heeft.
Het gaat hier wel degelijk over elke woongelegenheid, dus ook over landhuizen, bungalows, appartementen, grote of kleine weekendhuizen of buitengoederen, optrekjes, chalets en alle andere vaste woongelegenheden, en de met chalets gelijkgestelde caravans.
Als op het adres van zo een woongelegenheid niemand in het bevolking- of vreemdelingenregister ingeschreven is, dan is er een weerlegbaar vermoeden dat de eigenaar ze gebruikt als tweede verblijf. De eigenaar kan dit vermoeden weerleggen met alle rechtsmiddelen.
Art.3: Zijn vrijgesteld van belasting:
- elke woongelegenheid waarin een beroepsactiviteit uitgeoefend wordt
- elke woongelegenheid die gebruikt wordt door studenten
- alle verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens
- elke woongelegenheid die eigendom is van een persoon die omwille van ziekte, ongeval of hoge leeftijd langdurig op een andere plaats verblijft en op die plaats is ingeschreven in de bevolkingsregisters. Onder deze plaatsen verstaan we onder meer rust- en verzorgingstehuizen of homes voor bejaarden
- elke woongelegenheid, die door het overlijden van de laatste bewoner in het jaar voorafgaand aan het dienstjaar als tweede verblijf zou belast worden
Art.4: Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op € 620 per jaar en per tweede verblijf. Dit bedrag is ineens en voor het gehele jaar verschuldigd voor het beschikken over een tweede verblijf op 1 januari van het aanslagjaar.
Art.5: De belastingschuldige is de persoon die op 1 januari van het aanslagjaar over een tweede verblijf in de gemeente Brakel beschikt.
Art.6: De belastingschuldige moet jaarlijks ten laatste op 30 juni van het aanslagjaar een aangifte indienen bij het gemeentebestuur op een door de gemeente voorgeschreven formulier. Een belastingschuldige die geen aangifteformulier gekregen heeft, moet er zelf een vragen. Het formulier is ook ter beschikking op de gemeentelijke website.
De administratie beschikt over de mogelijkheid de belastingschuldige een voorstel van aangifte te bezorgen. Als de gegevens op dit voorstel onjuist of onvolledig zijn of niet overeenstemmen met de belastbare toestand op 1 januari van het aanslagjaar moet de belastingschuldige ten laatste op 30 juni van het aanslagjaar het voorstel verbeterd en vervolledigd terugsturen. Het tijdig teruggezonden en gecorrigeerde of aangevulde voorstel tot aangifte, geldt in dat geval als aangifte.
Indien de belastingschuldige het verbeterde of vervolledigde voorstel van aangifte niet ten laatste op 30 juni van het dienstjaar terugstuurt is automatisch aan de aangifteplicht voldaan. De belasting wordt dan gevestigd op basis van de gegevens vermeld op het toegestuurde voorstel van aangifte.
Art.7: Bij gebreke van een aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingschuldige ambtshalve ingekohierd volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingschuldige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting;
De belastingschuldige beschikt over een termijn van dertig dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Art.8: De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan de verschuldigde belasting. Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.
Art.9: De belasting wordt gevestigd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Art.10: De belasting is betaalbaar uiterlijk twee maand na verzending van het aanslagbiljet.
Art.11: De belastingschuldige die menen onrechtmatig te zijn belast, kunnen een bezwaarschrift indienen
bij de bevoegde overheid, die handelt als administratieve overheid. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn op straffe van verval en worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde kalenderdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.
Art.12: Het college verleent ambtshalve ontheffing van de overbelastingen die o.a. voortvloeien uit materiële vergissingen, op voorwaarde dat die door de administratie werden vastgesteld.
Art.13: Afschrift van deze beslissing zal toegestuurd worden aan de heer Gouverneur van de Provincie.
ALDUS BESLIST IN ZITTING DATUM ZOALS HIERBOVEN VERMELD.
Dagorde: Gemeentefinanciën. Gemeentebelasting op het parkeren in de blauwe zone. Vaststelling.
DE RAAD;
Gelet op het gemeentedecreet;
Gelet op het decreet betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenbeslechtiging van de provincie- en de gemeentebelastingen d.d. 30 mei 2008;
Gelet op de gemeenteraadsbeslissingen d.d. 18 december 2006 en aangepast bij raadsbesluit d.d. 26 maart 2007 betreffende een gemeentebelasting op het parkeren in de blauwe zone;
Gelet op artikel 170,$47 van de grondwet;
Gelet op de wet van 22 oktober 1965 waarbij de gemeenten wordt toegestaan parkeergeld op motorvoertuigen in te voeren;
Gelet op het ministerieel besluit van 18 december 1914, gewijzigd door de ministeriële besluiten van 3 mei 2004 en 9 januari 2007 waarbij de personen die de bewonerskaart kunnen bekomen en de overheid die bevoegd is om deze kaart uit te reiken, worden aangewezen en waarbij het model ervan alsmede de nadere regels voor uitreiking en voor gebruik worden bepaald;
Gelet op het ministerieel besluit van 29 juli 1991, gewijzigd door de ministeriële besluiten van 7 mei 1999 en 26 september 2005 waarbij de personen worden aangewezen die een speciale parkeerkaart voor gehandicapten kunnen bekomen alsook de ministeries die bevoegd zijn om deze kaart uit te reiken en waarbij het model ervan alsmede de modaliteiten van afgifte, intrekking en gebruik worden bepaald;
Gelet op de financiële toestand van de gemeente;
Gelet op gemeentelijke dienstverlening aan diegenen die op het grondgebied van de gemeente gebruik maken van het parkeren in de blauwe zone;
Overwegende dat de verhoging van de parkeermogelijkheden ook nieuwe mogelijkheden vereist voor de controle op de beperking van de parkeerduur op de voorgeschreven plaatsen;
Overwegende dat het aanleggen en verbeteren van de parkeermogelijkheden voor de gemeente aanzienlijke lasten met zich meebrengen;
Gelet op het voorgestelde ontwerp van een gemeentebelasting op het parkeren in de blauwe zone;
Gelet op het voorstel van het college van burgemeester en schepenen om voormelde belasting goed te keuren;
Gelet op de stemming waaraan 23 raadsleden deelnemen en welke volgende uitslag heeft:
- 15 ja-stemmen
- 8 onthoudingen
Gelet op de volstrekte meerderheid van de stemming
Gelet op de positieve raadgevende stem van André Flamand;
BESLUIT:
Art.1: Voor de diensjaren 2009 tot en met 2012 wordt er een gemeentebelasting gevestigd voor het parkeren van motorvoertuigen op de openbare weg of op de plaatsen gelijkgesteld aan de openbare weg. Dit reglement beoogt het parkeren van een motorvoertuig op plaatsen waar dat parkeren toegelaten is en waar een blauwe zonereglement van toepassing is.
Onder openbare weg verstaat men wegen en hun trottoirs of nabijgelegen bermen die eigendom zijn van de gemeentelijke, provinciale of gewestelijke overheden.
Onder met een openbare weg gelijkgestelde plaatsen verstaat men de parkeerplaatsen gelegen op de openbare weg, zoals vermeld in artikel 4,$2, van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening van ambulante activiteiten en de organisatie van de openbare markten.
Art.2: De belasting wordt als volgt vastgesteld:
- Gratis voor de maximale duur die toegelaten is door de verkeersborden.
- Een forfetair bedrag van € 20 per dag voor elke periode die langer is dan die gratis is. De door de gebruiker gewenste parkeerduur wordt vastgesteld door het zichtbaar aanbrengen achter de voorruit van het voertuig van de parkeerschijf, overeenkomstig art. 27.1.1 van het KB van 1 december 1975 en gewijzigd door het KB van 9 januari 2007. Het parkeren van voertuigen gebruikt door personen met een handicap is gratis. Het statuut van “persoon met handicap” wordt beoordeeld op het ogenblik van parkeren door het aanbrengen op een zichtbare plaats achter de voorruit van het voertuig van de kaart uitgereikt overeenkomstig het ministeriële besluiten van 7 mei 1999 en van 26 september 2005.
Art.3: De belasting is verschuldigd zodra het voertuig langer geparkeerd is dan de tijd die toegelaten is door de verkeersborden, en is betaalbaar door overschrijving op de rekening van de gemeente.
Deze laatste mogelijkheid wordt enkel aangeboden als de gebruiker opteert voor de toepassing van het forfaitair tarief.
Art.4: De gebruiker van een motorvoertuig die de parkeerschijf niet zichtbaar achter de voorruit van zijn voertuig plaatst, wordt steeds geacht te kiezen voor de betaling van het in art.2 bedoelde forfaitaire tarief. Bij toepassing van het hiervoor vermelde forfait, brengt de aangestelde van de gemeente een uitnodiging aan op de voorruit van het voertuig om de belasting binnen de vijf dagen te betalen. In geval van niet-betaling van de belasting binnen de vijf dagen wordt de belasting ingekohierd en is ze onmiddellijk eisbaar.
Art.5: De belastingschuldige die menen onrechtmatig te zijn belast, kunnen een bezwaarschrift indienen
bij de bevoegde overheid, die handelt als administratieve overheid. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn op straffe van verval en worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde kalenderdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.
Art.6: Dit besluit vervangt alle vroegere raadsbesluiten ter zake met ingang van 1 januari 2009.
Art.7: Afschrift van deze beslissing zal toegestuurd worden aan de heer Gouverneur van de provincie.
ALDUS BESLIST IN ZITTING DATUM ZOALS HIERBOVEN VERMELD.
Dagorde: Gemeentefinanciën. Belasting op het samenstellen dossier en afleveren van milieuvergunningen. Vaststelling.
DE RAAD;
Gelet op het gemeentedecreet van 15 juli 2005, zoals gewijzigd;
Gelet op het decreet d.d. 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invorderingen en de geschillenbeslechtiging van de provincie- en gemeentebelastingen;
Gelet op het raadsbesluit d.d. 18 december 2006 en aangepast bij raadsbesluit d.d. 26 maart 2007 betreffende een belasting op samenstellen van dossier en afleveren van milieuvergunningen;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering d.d. 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaamse Reglement betreffende de milieuvergunning;
Gelet op de administratieve kosten welke milieuvergunningsaanvragen met zich meebrengt;
Gelet op het voorgestelde ontwerp van een belasting op het samenstellen dossier en afleveren van milieuvergunningen;
Gelet op het voorstel van het college van burgemeester en schepenen om voormelde belasting goed te keuren;
Gelet op de stemming waaraan 23 raadsleden deelnemen en de volgende uitslag heeft:
- 23 ja-stemmen
Gelet op de eenparigheid van de stemming;
Gelet op de positieve raadgevende stem van André Flamand;
BESLUIT:
Art.1: Voor een termijn van vier jaar, met ingang van 01 januari 2009 en eindigend op 31 december 2012, wordt een belasting geheven op het aanvragen van een vaste milieuvergunning.
Art.2: De belasting is zowel verschuldigd voor de aanvragen tot een eerste oproeping of oprichting als voor de aanvragen bij de hernieuwing van de machtiging, of wanneer de inrichting zodanig gewijzigd wordt dat een nieuwe machtiging vereist is.
Art.3: De belasting bedraagt:
a) € 50 voor de inrichtingen van 1ste Klas
b) € 25 voor de inrichtingen van 2de Klas
De belasting wordt verhoogd met de publicatiekosten van de bekendmaking van het openbaar onderzoek in de dag- en weekbladen, zoals bepaald in artikel 17 en 18 van het besluit van de Vlaamse Regering.
Art.4: De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die de aanvraag ingediend heeft. Bij gebrek aan uitdrukkelijke aanvraag is de belasting verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die ertoe gehouden was de aanvraag te doen.
Art.5: Voor de inrichtingen, gedeeltelijk op het grondgebied van de gemeente Brakel gelegen, is de belasting slechts verschuldigd in evenredigheid tot de oppervlakte van de inrichting op het grondgebied van de gemeente.
Art.6: De contantbelasting wordt geïnd tegen afgifte van een betalingsbewijs. Als de contante inning niet kan worden uitgevoerd, wordt de belasting een kohierbelasting.
Art.7: De belastingschuldige die menen onrechtmatig te zijn belast, kunnen een bezwaarschrift indienen
bij de bevoegde overheid, die handelt als administratieve overheid. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn op straffe van verval en worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde kalenderdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.
Art.8: Opmerkingen op aanslagen die het voorwerp zijn van een materiële vergissing of stoffelijke misslag en nog niet betaald zijn, kunnen met het oog op verbetering of rechtzetting ingediend worden bij de heer Financieel Beheerder.
Art.9: Deze beslissing zal worden overgemaakt aan de heer Gouverneur van de Provincie.
ALDUS BESLIST IN ZITTING DATUM ZOALS HIERBOVEN VERMELD.
Dagorde: Gemeentefinanciën. Gemeentebelasting op het weghalen van afvalstoffen ingevolge sluikstorten. Vaststelling.
DE RAAD;
Gelet op het gemeentedecreet van 15 juli 2005, zoals gewijzigd;
Gelet op het decreet d.d. 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invorderingen en de geschillenbeslechtiging van de provincie- en gemeentebelastingen;
Gelet op het decreet d.d. 2 juli 1981 betreffende het beheer van afvalstoffen;
Gelet op het gemeenteraadsbesluit d.d. 18 december 2006 betreffende een gemeentebelasting op het weghalen van afvalstoffen ingevolge sluikstorten;
Overwegende dat de gemeente instaat voor de verzameling aan huis van het huisvuil en het grof huisvuil;
Overwegende dat de gemeente beschikt over een containerpark;
Overwegende dat niet steeds op correcte wijze gebruik gemaakt wordt van deze dienstverlening;
Overwegende dat reeds herhalende malen werd vastgesteld dat op het grondgebied van de gemeente aan sluikstorten wordt gedaan en dat het gemeentepersoneel belast wordt met de verwijdering ervan;
Gelet op het voorgestelde ontwerp van een belasting op weghalen van afvalstoffen ingevolge sluikstorten;
Gelet op het voorstel van het college van burgemeester en schepenen om voormelde belasting goed te keuren;
Gelet op de stemming waaraan 23 raadsleden deelnemen en de volgende uitslag heeft:
- 23 ja-stemmen
Gelet op de eenparigheid van de stemming;
Gelet op de positieve raadgevende stem van André Flamand.
BESLUIT:
Art.1: Er wordt met ingang van 01 januari 2009 tot en met 31 december 2012 een belasting gevestigd op het weghalen van sluikstort, zijnde afvalstoffen die gestort worden in de gemeente op plaatsen waar dit wettelijk reglementair verboden is.
Art.2:De belasting is verschuldigd door degene die de afvalstoffen gestort heeft. De eigenaar van de afvalstoffen staat in voor de betaling van de belasting en dit zowel voor se stortingen op het openbaar als op privaat domein.
Art.3: De belasting wordt vastgesteld op € 200 per begonnen kubieke meter.
Art.4: De contantbelasting wordt geïnd tegen afgifte van een betalingsbewijs.
Als de contante inning niet kan worden uitgevoerd, wordt de belasting een kohierbelasting.
Art.5: De belastingschuldige die menen onrechtmatig te zijn belast, kunnen een bezwaarschrift indienen
bij de bevoegde overheid, die handelt als administratieve overheid. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn op straffe van verval en worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde kalenderdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.
Art.6: Dit besluit vervangt alle vroegere raadsbesluiten ter zake met ingang van 1 januari 2009.
Art.7: Afschrift van deze beslissing zal overgemaakt worden aan de heer Gouverneur van de Provincie Oost-Vlaanderen en aan dhr. Zonechef van de Lokale Politie, Jagersstraat 29 te 9660 Brakel.
ALDUS BESLIST IN ZITTING DATUM ZOALS HIERBOVEN VERMELD.
Dagorde: Gemeentefinanciën. Gemeentebelasting op de afgifte van administratieve stukken. Vaststelling.
DE RAAD;
Gelet het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, zoals gewijzigd;
Gelet op het decreet d.d. 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenbeslechtiging van de provincie- en gemeentebelastingen;
Gelet op het raadsbesluit d.d. 18 december 2006, aangepast bij de raadsbesluiten van 29 januari 2007 en 26 maart 2007 betreffende een gemeentebelasting op de afgifte van administratieve stukken;
Gelet op de wet van 19 december 2006 tot omvorming van het Wetboek der met zegel gelijkgestelde taken tot het Wetboek diverse rechten en taksen, tot opheffing van het Wetboek der zegelrechten en houdende verscheidene andere wetswijzigingen;
Gelet op het KB van 21 december 2006 tot omvorming van de algemene verordening op de met zegel gelijkgestelde taken tot het uitvoeringsbesluit van het Wetboek diverse rechten en taksen, tot opheffing van het regentbesluit tot uitvoering van het Wetboek der zegelrechten en houdende verscheidene andere wijzigingen aan uitvoeringsbesluiten. Dit Koninklijk Besluit bepaalt o.m. dat de wet (van 19 december 2006) in werking treedt op 1 januari 2007;
Gelet op het schrijven van de heer Minister van Binnenlandse Zaken van 4 april 1991;
Gelet op de onderrichtingen van de heer Minister van Binnenlandse Zaken van 13 mei 1991;
Gelet op de Wet d.d. 19 juli 1992, tot uitvoering van voornoemde wet, inzonderheid de artikels 2 tot 10, dat de schriftelijke informatie verstrekt aan gerechtsdeurwaarders, uitzonderlijke kosten meebrengt voor de gemeente;
Overwegende dat de afgifte van allerlei administratieve stukken zwaar ten lasten voor de gemeente meebrengt en dat het gepast is hiervoor van de belanghebbende een belasting te eisen;
Gelet op het voorgestelde ontwerp van een belasting op de afgifte van administratieve stukken;
Gelet op het voorstel van het college van burgemeester en schepenen om voormelde belasting goed te keuren;
Gelet op de stemming waaraan 23 raadsleden deelnemen en de volgende uitslag heeft:
- 15 ja-stemmen
- 8 onthoudingen
Gelet op de volstrekte meerderheid van de stemming;
Gelet op de positieve raadgevende stem van André Flamand;
BESLUIT:
Art.1: Voor een termijn van 4 jaar, met ingang van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2012, wordt ten behoeve van de gemeente, onder de navolgende voorwaarden, een belasting geheven op de afgifte van getuigschriften en andere stukken. De belasting valt ten laste van de persoon of instellingen aan wie deze stukken door de gemeente op verzoek of ambtshalve worden uitgereikt.
Art.2: De bedragen van de belasting worden als volgt bepaald:
a) Op de identiteitskaarten afgeleverd in toepassing van het KB van 29 juli 1985, en zijn latere wijzigingen:
- € 1.50 voor de identiteitskaarten afgeleverd aan de personen vanaf 12 jaar, vermeerderd met de door het FOD aan de gemeente aangerekende kostprijs voor het aanmaken van bedoelde identiteitskaarten.
b) Op de identiteitsbewijzen voor kinderen onder de twaalf jaar, opgemaakt en afgegeven door het gemeentebestuur in toepassing van het koninklijk Besluit van 10 december 1996:
- € 1.00 per identiteitsbewijs.
c) Op de afgifte van reispassen:
- € 5 voor elke nieuwe reispas.
d) Op de afgifte, vernieuwing, verlenging of vervanging van verblijfsbewijzen van vreemdelingen:
- zelfde tarieven als onder a).
e) Op de afgifte aan particulieren of particuliere instellingen wordt aangerekend voor het aanmaken van listings op basis van bevolkingsgegevens:
- € 3 per blad (45 namen per blad of 24 kleefetiketten).
f) Voor schriftelijke informatie aan derden welke wordt overgemaakt aan iedere rechthebbende die informatie vraagt, hetzij per fax, per post of per mail:
- € 1.00 voor een eenvoudig adresnazicht;
- € 2.00 voor een uittreksel bevattende de volledige identiteit, beroep, deelgemeente…, vermeerderd met het tarief van de geldende briefport van een gewone zending.
Elke aanvraag zal alleen per post of aan het loket behandeld worden.
g) Voor de afgifte van demografische statistieken (globaal of per deelgemeente) van bevolkingspiramiden gemaakt aan de hand van de bevolkingsgegevens:
- € 1.00 per blad (A4 formaat).
h) Voor de afgifte van fotokopieën van akten uit de registers van de Burgerlijke Stand, gemaakt overeenkomstig de wettelijke bepalingen, en enkel dienstig voor genealogische opzoekingen:
- € 0.25 per blad A4 formaat;
- € 0.50 per blad A3 formaat.
i) Duplicaat van een trouwboekje: € 7.50.
Art.3: De belasting wordt geheven op het ogenblik van de afgifte van het belastbare stuk. Ze wordt contant ingevorderd. Het bewijs van betaling der belasting blijkt uit het aanbrengen op het desbetreffende stuk, van een kleefzegel, waarop het belastingsbedrag vermeld is. Bij gebreke van betaling wordt de belasting ambtshalve een ingekohierd en is ze onmiddellijk eisbaar.
Art.4: Zijn van de belasting vrijgesteld:
a) Geldigverklaring van aanvraagformulieren voor vermindering op biljetten van de NMBS, de Lijn en op de openbare autobusdiensten. Het betreft hier een verminderde prijs die om sociale redenen aan kroostrijke gezinnen wordt toegekend. Om in dezelfde sociale geest te blijven moeten de onderzoeks- en controleverrichtingen terzake door de gemeentelijke diensten kosteloos worden uitgevoerd.
b) De stukken welke krachtens een wet, een Koninklijk Besluit of een andere overheidsvordering kosteloos door het gemeentebestuur dienen te worden afgegeven.
c) De stukken, welke aan behoeftige personen worden afgegeven. De behoeftigheid wordt vastgesteld door elk overtuigend bewijsstuk.
d) De machtigingen met betrekking tot godsdienstige of politieke demonstraties.
e) De machtigingen met betrekking tot activiteiten, die als dusdanig reeds het voorwerp zijn van de heffing van een belasting of retributie ten behoeve van de gemeente.
Art.5: De belasting is niet toepasselijk op de afgifte van stukken, welke krachtens de wet, een Koninklijk Besluit of een overheidsverordening reeds aan de betaling van een recht ten behoeve van de gemeente onderworpen zijn. Uitzondering wordt gemaakt voor de rechten welke met het afgeven van reispassen belaste gemeenten ambtshalve toekomen en waarvan in het besluit van de Regent d.d. 26 juli 1948 sprake is.
Art.6: Zijn van de belastingen vrijgesteld de gerechtelijke overheden, de openbare besturen en de daarmede gelijkgestelde instellingen, alsook de instellingen van openbaar nut.
Art.7: De belastingschuldige die menen onrechtmatig te zijn belast, kunnen een bezwaarschrift indienen
bij de bevoegde overheid, die handelt als administratieve overheid. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn op straffe van verval en worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde kalenderdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.
Art. 8: Dit besluit vervangt alle vroegere raadsbesluiten terzake met ingang van 1 januari 2009.
Art. 9: Deze beslissing zal worden overgemaakt aan de heer Gouverneur van de provincie.
ALDUS BESLIST IN ZITTING DATUM ZOALS HIERBOVEN VERMELD.
Dagorde: Belasting op de inzameling en verwijdering van restafval – Diftar. Vaststelling.
DE RAAD;
Gelet op het gemeentedecreet van 15 juli 2005, zoals gewijzigd;
Gelet op het decreet d.d. 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invorderingen en de geschillenbeslechtiging van de provincie- en gemeentebelastingen;
Gelet op het raadsbesluit d.d. 25 februari 2008 betreffende een belasting op de inzameling en verwijdering van afvalstoffen – diftar;
Gelet op de gemeentelijke dienstverlening aan diegene die op het grondgebied van de gemeente gebruik maken om hun restafval te laten ophalen;
Gelet op het voorgestelde ontwerp van een belasting op de inzameling en verwijdering van restafval – diftar;
Gelet op het voorstel van het college van burgemeester en schepenen om voormelde belasting goed te keuren;
Gelet op de stemming waaraan 23 raadsleden deelnemen en de volgende uitslag heeft:
- 23 ja-stemmen
Gelet op de eenparigheid van de stemming
Gelet op de positieve raadgevende stem van André Flamand;
BESLUIT:
Art.1: Met ingang van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009 wordt een belasting geheven op het ophalen en verwijderen van het restafval dat via de huis-aan-huisinzameling wordt opgehaald.
Art.2:
De belastingschuldige betaalt per aanbieding van de container en per aangeboden kilogram.
Het bedrag van de belasting wordt als samengesteld:
- per aanbieding van de container:
• 40 liter container € 0.12
• 120 liter container € 0.25
• 240 liter container € 0.50
• 1100 liter container € 2.50
- per kilogram aangeboden afval: € 0.20
Art.3: Per ophaalpunt wordt maximum één container tot maximum 240 liter gratis ter beschikking gesteld.
Eén 1100 liter container wordt enkel gratis ter beschikking gesteld van onderwijsinstellingen en overheidsinstellingen. Eén 1100 liter container wordt eveneens gratis ter beschikking gesteld van meergezinswoningen waarvan de interne organisatie het mogelijk maakt dat de belasting wordt geheven t.a.v. een natuurlijk of rechtspersoon, hiertoe aangesteld door alle inwoners (die dus ook aansprakelijk is voor de verplichtingen die voortvloeien uit de deelname aan de diftarhuisophalingen)
Art.4: De belasting is verschuldigd, behoudens hetgeen vermeld staat onder artikel 3 betreffende de meergezinswoningen, door eenieder die gebruik maakt van de gemeentelijke dienstverlening inzake huis-aan-huisinzameling van huisvuil en de gemengde fractie van het vergelijkbaar bedrijfsafval:
a) * De referentiepersoon van ieder gezin als zodanig ingeschreven in het bevolkingsregister of het vreemdelingenregister op 1 januari van het belastingsjaar. De andere leden van ieder gezin zijn hoofdzakelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Onder gezin wordt verstaan:
- hetzij een persoon die gewoonlijk alleen leeft
- hetzij een vereniging van twee of meerder personen die al dan niet door familiebanden gebonden, gewoonlijk eenzelfde woning of woongelegenheid betrekken en er samen leven.
*de belasting is verschuldigd per woning of woongelegenheid.
b) De natuurlijke en/of rechtspersoon en feitelijke vereniging die op 1 januari van het aanslagjaar, als hoofd- en/of bijkomend activiteit op het grondgebied van de gemeente:
- een nijverheids-, landbouw-, tuinbouw-, of handelsbedrijf exploiteren
- een vrij beroep of zelfstandige activiteit uitoefenen inbegrepen de vennootschappen die roerende en/of onroerende goederen beheren.
c) De overheidsinstellingen (politie, OCMW,…), de onderwijsinstellingen en de verenigingen met een clublokaal.
Art.5: Deze belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat halfjaarlijks wordt opgemaakt en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen. Het kohier is samengesteld uit de belasting voor de geregistreerde gewichten en de belasting voor de aanbiedingen op het ophaalpunt voor de aangeven periode.
Art.6: De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Art.7De belastingschuldige die menen onrechtmatig te zijn belast, kunnen een bezwaarschrift indienen
bij de bevoegde overheid, die handelt als administratieve overheid. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn op straffe van verval en worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde kalenderdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.
Art.8: Deze beslissing zal overgemaakt worden aan:
- Dhr. Gouverneur van de Provincie Oost-Vlaanderen
- OVAM
- I.VL.A.
- De diensten secretariaat, financiën en de milieudienst van de gemeente
ALDUS BESLIST IN ZITTING DATUM ZOALS HIERBOVEN VERMELD.
Dagorde: Gemeentefinanciën. Ereloon beëdigde arts. Vaststelling.
DE RAAD;
Gelet op het gemeentedecreet van 15 juli 2005, zoals gewijzigd;
Gelet op de wet van 20 juli 1971, en latere wijzigingen, betreffende de begraafplaatsen en de lijkbezorging decreet 16 januari 2001 art.21;
Gelet op het raadsbesluit d.d. 24 juni 2005 betreffende retributiereglement grafconcessies, begravingen ex-inwoners en ontgravingen;
Overwegende dat het ook wenselijk is het ereloon vast te stellen van de beëdigde arts die de gemeente van overlijden dient aan te stellen ingeval van lijkverbranding;
Gelet op de stemming waaraan 23 raadsleden deelnemen en volgende uitslag heeft:
- 23 ja-stemmen
Gelet op de eenparigheid van de stemming;
Gelet op de positieve raadgevende stam van schepen André Flamand;
BESLUIT:
Art.1: Het ereloon van de beëdigde arts die de gemeente dient aan te stellen ingeval van lijkverbranding wordt bepaald op € 35,00.
Art.2: Ingeval het een overlijden betreft van een niet-ingezetene van de gemeente zal dit ereloon vermeerderd met de verwerkingskosten, vastgesteld op € 15,00, verhaald worden op de gemeente van inschrijving in het bevolkingsregister.
Art.3: De art. 1 en 2 treden in werking per 01 januari 2009.
Art.4: Deze beslissing zal worden overgemaakt aan de heer Gouverneur van de Provincie.
ALDUS BESLIST IN ZITTING DATUM ZOALS HIERBOVEN VERMELD.
Dagorde: Gemeentefinanciën. Budget dienstjaar 2009. Gewone en buitengewone dienst.
DE RAAD;
Gelet op het gemeentedecreet;
Gelet op de omzendbrief BB-200/08 van de Vlaams minister van Binnenlandse Aangelegenheden d.d. 18/07/2008, en latere instructies, betreffende de budgetten 2009, en de bijhorende meerjarenplannen, van de gemeenten ;
Gelet op het ontwerp van het budget dienstjaar 2009;
Gelet op het ontwerp van de beleidsnota/meerjarenplan 2009;
Gelet op de toelichting van de schepen van Financiën;
Overwegende dat in het budget facultatieve toelagen voorkomen;
Gelet op het advies van de Begrotingscommissie d.d. 1/12/2008;
Gelet op het voorstel van het college van burgemeester en schepenen om het ontwerp van het budget 2008, en bijhorende beleidsnota en meerjarenplan, goed te keuren;
Gelet op de stemming waaraan 23 raadsleden deelnemen en welke volgende uitslag heeft :
- 15 ja-stemmen
- 7 neen-stemmen
- 1 onthouding;
Gelet op de positieve raadgevende stem van de schepen André Flamand;
BESLUIT :
Art. 1 : Het budget dienstjaar 2009, met de bijhorende beleidsnota/meerjarenplan, wordt goedgekeurd zoals bijlage van deze belissing.
Art. 2 : Afschrift van deze beslissing zal worden toegestuurd :
- aan de heer Gouverneur van Oost-Vlaanderen;
- aan het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Administratie Binnenlandse Aangelegenheden.
ALDUS BESLIST IN ZITTING DATUM ZOALS HIERBOVEN VERMELD.
Dagorde: Intergemeentelijke vereniging voor beheer van afvalstoffen Vlaamse Ardennen (I.VL.A). Buitengewone Algemene Vergadering d.d. 29 december 2008. Goedkeuring agenda.
DE RAAD;
Gelet op het Decreet van 6/07/2001 betreffende de intergemeentelijke samenwerking;
Gelet op de Nieuwe Gemeentewet;
Gelet op het gemeentedecreet;
Gelet op het schrijven d.d. 21/11/2008 van de Intergemeentelijke Vereniging voor beheer van afvalstoffen Vlaamse Ardennen, betreffende de uitnodiging tot de Buitengewone Algemene Jaarvergadering van 29/12/2008;
Gelet op de bijgevoegde agenda van voormelde Vergadering zijnde :
- beleidsplan I.VL.A. 2009,
- begroting I.VL.A. 2009,
Gelet op het voorstel van het college van burgemeester en schepenen om de voormelde agenda goed te keuren;
Gelet op de stemming waaraan 23 raadsleden deelnemen en welke volgende uitslag heeft :
- 23 ja-stemmen;
Gelet op de eenparigheid van de stemming;
Gelet op de positieve raadgevende stem van de schepen André Flamand;
BESLUIT : Eenparig
Art. 1 : De agenda van de Buitengewone Algemene Jaarvergadering, d.d. 29/12/2008, van I.VL.A., wordt goedgekeurd,
Art. 2 : De vertegenwoordiger van de gemeente die zal deelnemen aan de Jaarvergadering wordt opgedragen zijn stemgedrag af te stemmen op de beslissing genomen zoals beschreven in de artikel 1 van dit besluit.
ALDUS BESLIST IN ZITTING DATUM ZOALS HIERBOVEN VERMELD.
Dagorde: Intergemeentelijke vereniging voor beheer van afvalstoffen Vlaamse Ardennen (I.VL.A). Buitengewone Algemene Vergadering d.d. 29 december 2008. Aanstelling gemeentelijke vertegenwoordiger.
DE RAAD,
Gelet op het schrijven d.d. 21/11/2008 van de Intercommunale Vereniging voor verwijdering van Huishoudelijke Afvalstoffen Vlaamse Ardennen, waarbij de gemeente wordt opgeroepen om deel te nemen aan de Buitengewone Algemene Vergadering die zal plaatsvinden op 29/12/2008;
Gelet op de wet van 22/1/1986 betreffende de intercommunales;
Gelet op het decreet van 6/07/2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking;
Gelet op de omzendbrief van 11/01/2002 betreffende de toepassing van het decreet Intergemeentelijke samenwerking;
Gelet op artikel 44 van het decreet Intergemeentelijke samenwerking dat de samenstelling en de samenroeping van de Algemene Vergadering reglementeert;
Overwegende dat artikel 44 bepaalt dat de benoemingsprocedure met de vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordiger wordt herhaald voor elke vergadering;
Gelet op het rondschrijven van de heer Van Walle, commissaris van de Vlaamse Regering, d.d.1/03/2002, aan de colleges van Burgemeester en Schepenen waarin de modaliteiten van toepassing van het artikel 44 worden omschreven;
Gelet op het gemeentedecreet;
Gelet dat de Marc De Pessemier, raadslid, door het college van burgemeester en schepenen wordt voorgedragen als vertegenwoordiger;
Gelet op de stemming waaraan 23 raadsleden deelnemen en welke volgende uitslag heeft :
- de heer Marc De Pessemier bekomt 23 ja-stemmen;
Gelet dat de heer Marc De Pessemier de volstrekte meerderheid der stemmen heeft bekomen;
Gelet op de positieve raadgevende stem van de schepen André Flamand;
BESLUIT :
Art. 1 : De heer Marc De Pessemier, raadslid, wonende te Brakel, Twaalfbunderstraat 31, wordt aangeduid als vertegenwoordiger op de Buitengewone Algemene Vergadering van 29/12/2008, van de Intercommunale Vereniging voor verwijdering van Huishoudelijke Afvalstoffen Vlaamse Ardennen.
Art. 2 : De in artikel 1 aangestelde vertegenwoordiger wordt gemandateerd om op deze vergadering te handelen en te beslissen conform het besluit dat door de Gemeenteraad heden is genomen.
Art. 3 : Afschrift van deze beslissing zal toegestuurd worden aan het secretariaat van de Intercommunale Vereniging voor verwijdering van Huishoudelijke Afvalstoffen Vlaamse Ardennen.
ALDUS BESLIST IN ZITTING DATUM ZOALS HIERBOVEN VERMELD.
Dagorde: Gemeentelijke verordening d.d. 7 februari 2005 betreffende de lozing van huishoudelijk afvalwater, de verplichte aansluiting op openbare riolering + gemeentelijke subsidieregeling voor de installatie van een hemelwaterput en/of infiltratievoorziening conform de code van goede praktijk. Intrekking.
De Raad,
Gelet op het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid;
Gelet op het raadsbesluit d.d. 28 januari 2008 houdende goedkeuring van het aangepast ontwerp zoneringsplan;
Gelet op het ministerieel besluit d.d. 9 juni 2008 betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Brakel;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering d.d. 9 mei 2008 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering d.d. 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning en van het besluit van de Vlaamse Regering d.d. 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne naar aanleiding van het vaststellen van de zoneringsplannen voor sanering van afvalwater;
Gelet op de Samenwerkingsovereenkomst 2008 – 2013 met het Vlaams Gewest;
Gelet op de eenparigheid van de stemming;
Gelet op de positieve raadgevende stem van schepen André Flamand;
Gelet op de Nieuwe Gemeentewet en het Gemeentedecreet;
BESLUIT :
Artikel 1: De gemeentelijke verordening d.d. 7 februari 2005 betreffende de lozing van huishoudelijk afvalwater, de verplichte aansluiting op openbare riolering + gemeentelijke subsidieregeling voor de installatie van een hemelwaterput en/of infiltratievoorziening conform de code van de goede praktijk wordt ingetrokken.
Artikel 2 : Een afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan dhr. gouverneur, de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar in de provinciale afdeling ROHM, de lokale politie en het parket van de Procureur des Konings.
ALDUS BESLIST IN ZITTING DATUM ZOALS HIERBOVEN VERMELD.
Dagorde: Gemeentelijke subsidiereglement voor hemelwaterinstallaties en infiltratievoorzieningen voor woningen en lokalen van verenigingen. Beslissing.
De Raad,
Gelet op de artikelen 42, 43 en 248 tot en met 261 van het gemeentedecreet van 15 juli 2005;
Gelet op het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid;
Gelet op het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening;
Gelet op de omzendbrief van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling van 23 maart 1999 met betrekking tot de vaststelling van de code van goede praktijk van hemelwaterputten en infiltratievoorzieningen;
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 29 juni 1999 houdende vaststelling van een algemene gewestelijke bouwverordening inzake hemelwaterputten;
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 1 oktober 2004 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater;
Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 13 september 1999 houdende vaststelling van de gemeentelijke verordening betreffende de lozing van huishoudelijk afvalwater, de verplichte aansluiting op openbare riolering + gemeentelijke subsidieregeling voor de isntallatie van een hemelwaterput en/of infiltratievoorziening conform de code van goede praktijk., en zijn latere wijzigingen;
Overwegende dat de gemeente de Samenwerkingsovereenkomst 2008 – 2013 met het Vlaamse Gewest ondertekend heeft;
Overwegende dat de gemeente 250 euro van het Vlaamse Gewest kan terugbetaald krijgen per hemelwaterinstallatie of infiltratievoorziening als voldaan is aan de voorwaarden opgenomen in de Samenwerkingsovereenkomst 2008 – 2013 onder het thema water;
Overwegende dat de bescherming van het leefmilieu tot één der prioritaire opdrachten van de gemeente behoort;
Overwegende dat water gebruikt voor spoeling van toiletten, gebruik in de tuin, schoonmaak en andere laagwaardige toepassingen (wasmachine) niet de kwaliteit van drinkwater hoeft te hebben;
Overwegende dat met het gebruik van hemelwater de mogelijkheid geschapen wordt om minder water van menselijke consumptie te verbruiken en op te pompen uit de grondwaterlagen; dat hiermee het aanwenden van een schaarse grondstof op een oordeelkundige en duurzame manier beperkt wordt en dat verdrogingsverschijnselen tegengegaan worden;
Overwegende dat deze putten als bufferopvang van hemelwater dienen en zo bij hevige regenval de druk op het gemeentelijke rioleringsstelsel en de kans op mogelijke overstromingen en overstorten verkleinen;
Overwegende dat hemelwater maximaal moet worden afgekoppeld van de openbare riolering en in de mate van het mogelijke worden hergebruikt, opdat dit een positieve invloed zou uitoefenen op de efficiëntie en het rendement van de rioolwaterzuiveringsinstallaties;
Overwegende dat door de aanleg van infiltratievoorzieningen er minder water, trager naar de oppervlaktewateren wordt afgevoerd en dat de grondwaterreserves worden aangevuld.
Gelet op de eenparigheid van de stemming;
Gelet op de positieve raadgevende stem van schepen André Flamand;
Gelet op de Nieuwe Gemeentewet en het Gemeentedecreet;
BESLUIT :
Artikel 1: Definities
|
horizontale dakoppervlakte
|
de oppervlakte van de projectie van de buitenafmetingen van het dak op een horizontaal vlak
|
|
hemelwater
|
verzamelnaam voor regen, sneeuw en hagel, met inbegrip van dooiwater
|
|
hemelwaterput / hemelwaterreservoir
|
reservoir voor het opvangen en stockeren van hemelwater
|
|
hemelwaterinstallatie
|
het geheel van hemelwaterput met eventueel bijhorend leiding- en pompsysteem, filter enz. met het oog op hergebruik van hemelwater
|
|
infiltratie
|
het doorsijpelen van hemelwater in de bodem
|
|
infiltratievoorziening
|
een buffervoorziening waarbij de vertraagde afvoer gebeurt door infiltratie
|
|
gewestelijke stedenbouwkundige verordening
|
het besluit van de Vlaamse regereing van 1 oktober 2004 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater
|
|
gebouw
|
vergunde woning of vergund lokaal
|
|
lokaal
|
vergund gebouw waarvan een vereniging gebruikt maakt voor haar activiteiten
|
|
‘bestaande’ woning
|
woning waarvoor een bouwvergunning werd verkregen vóór 7 september 1999, d.w.z. 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad van de algemene bouwverordening inzake hemelwaterputten
|
|
verbouwing
|
een bouwproject waarbij 60% of meer van de buitenmuren wordt behouden
|
|
herbouw
|
een bouwproject waarbij minder dan 60% van de buitenmuren wordt behouden
|
Artikel 2 : Subsidie
§ 2.1 Binnen de perken van de jaarlijks op de begroting voorziene en goedgekeurde kredieten, verleent het college van burgemeester en schepenen voor een bestaand gebouw of bij verbouwing van een bestaand gebouw, een susbidie voor de aanleg van een hemelwaterinstallatie indien gebouwd na 31 december 2007. Deze hemelwaterinstallatie moet voldoen aan de voorwaarden in art. 3 § 3.1.
§ 2.2 Binnen de perken van de jaarlijkse op de begroting voorziene en goedgekeurde kredieten verleent het college van burgemeester en schepenen een subsidie voor de aanleg van een hemelwaterinstallatie indien aangelegd na 31 december 2007 bij nieuwbouw of herbouw van een gebouw als de aanleg niet verplicht is volgens de stedenbouwkundige verordening inzake hamelwaterputten e.a.. Deze hemelwaterinstallatie moet voldoen aan de voorwaarden in art. 3 § 3.1.
§ 2.3 Binnen de perken van de jaarlijks op de begroting voorziene en goedgekeurde kredieten, verleent het college van burgemeester en schepenen een subsidie voor de aanleg van een infiltratievoorziening indien aangelegd na 31 december 2007 en als de infiltratievoorziening niet verplicht is volgens de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten e.a. (2004). Deze infiltratievoorziening moet voldoen aan de voorwaarden in art. 3 § 3.1.g en § 3.2. Deze subsidie kan gecumuleerd worden met de subsidie voorzien in § 2.1
Artikel 3 : Toekenningsvoorwaarden voor subsidie
§ 3.1 De hemelwaterinstallatie en de infiltratievoorziening zoals bedoeld in artikel 2 dienen te voldoen aan de richtlijnen zoals deze bepaald zijn in ‘Krachtlijnen voor een geïntegreerd rioleringsbeleid in Vlaanderen’, meer bepaald de ‘code van goede praktijk voor hemelwaterputten in infiltratievoorzieningen’ en in tweede instantie aan de technische voorwaarden van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten e.a. (2004). De belangrijkste voorwaarden die hierin vervat zitten zijn:
Hemelwaterinstallaties
a) De minimale inhoud van een hemelwaterput dient in overeenstemming te zijn met de aangesloten dakoppervlakte, met een minimum van 3000 l, zoals aangegeven in onderstaande tabel.
|
Horizontale dakoppervlakte
|
Minimale tankinhoud
|
|
50 tot 60 m²
|
3000 l
|
|
61 tot 80 m²
|
4000 l
|
|
81 tot 100 m²
|
5000 l
|
|
101 tot 120 m²
|
6000 l
|
|
121 tot 140 m²
|
7000 l
|
|
141 tot 160 m²
|
8000 l
|
|
161 tot 180 m²
|
9000 l
|
|
181 tot 200 m²
|
10000 l
|
|
> 200 m²
|
5000 l per 100 m²
|
Indien de horizontale dakoppervlakte niet groter is dan 75 m², is de installatie van een hemelwaterput bij nieuwbouw of herbouw van een gebouw niet verplicht, maar wordt wel een gemeentelijke subsidie toegekend indien voldaan wordt aan de in dit reglement gestelde voorwaarden.
b) De volledige dakoppervlakte is aangesloten op de hemelwaterput. Een subsidie bij een onvolledig aangesloten dakoppervlakte is slechts toegestaan mits grondige motivering.
c) Het hergebruik van het in de hemelwaterput gecapteerde water is verplicht door middel van een aangesloten pompinstallatie met een minimale aansluiting van 1 WC of wasmachine. Een pompinstallatie is niet verplicht indien de verschillende aftappunten gravitair gevoed kunnen worden.
d) Er mag geen directe verbinding gecreërd worden tussen het drinkwaternet en het leidingennet aangesloten op de hemelwaterput. Hiertoe dient de hemelwaterput met drinkwater bijgevuld te worden door middel van een bijvulsysteem met onderbreking overeenkomstig de code van goede praktijk, ofwel dient een afzonderlijk leidingencircuit voorzien te worden voor hemelwater en drinkwater.
e) De overloop van de hemelwaterput wordt bij voorkeur aangesloten op een infiltratievoorziening op eigen terrein.
f) De overloop kan ook aangesloten worden op een openbare infiltratievoorziening, een waterloop, gracht of een ander oppervlaktewater. Wanneer deze afvoermogelijkheden niet aanwezig zijn of aansluiting hierop niet haalbaar is, mag de overloop van de hemelwaterput aangesloten worden op het gedeelte van de openbare riolering bestemd voor de afvoer van hemelwater. Als er geen openbare riolering bestemd voor afvoer van hemelwater aanwezig is, mag het hemelwater op de gemengde openbare riolering aangesloten worden. Wel moeten tot aan het lozingspunt op de openbare ruilering het hemelwater en afvalwater gescheiden worden.
Infiltratievoorzieningen
g) Infiltratievoorzieningen moeten voldoen aan volgende eisen:
- Het buffervolume moet in verhouding staan tot het gerealiseerd infiltratiedebiet.
- Het buffervolume van de infiltratievoorzining moet minimaal 300 liter per begonnen 20 m² aangesloten verharde oppervlakte (grondoppervlakte en dakoppervlakte) bedragen. Wanneer waterdoorlatende klinkers worden gebruikt, kan de helft van de aangesloten verharde oppervlakte in rekening worden gebracht om het buffervolume te bepalen.
- De oppervlakte van de infiltratievoorziening moet minimaal 2 m² per begonnen 100 m² aangesloten verharde oppervlakte bedragen.
§ 3.2 Op de infiltratievoorziening wordt minstens 50 m² dakoppervlak of verharding aangesloten.
§ 3.3 De hemelwaterinstallatie en/of infiltratievoorziening is gebouwd na 31 december 2007 volgens, of in overeenstemming gebracht met, de code van de goede praktijk voor hemelwaterputten en infiltratievoorzieningen en in tweede instantie met de gewestelijke stedenbouwkundige verordening.
§ 3.4 Een afschrift van de facturen dient door de bouwheer voorgelegd te worden
Artikel 4: Subsidiebedrag
§ 4.1 De subsidie voor de aanleg van een hemelwaterinstallatie bij bestaande woningen of bij verbouwing bedraagt 500 euro.
§ 4.2 De subsidie voor de aanleg van een infiltratievoorziening bedraagt 500 euro.
Artikel 5: Controle
Vooraleer over te gaan tot de uitbetaling van de subsidie zal een door de gemeente gemachtigde instantie of ambtenaar zich ervan vergewissen dat aan de voorwaarden van het subsidiereglement voldaan is. Blijken deze voorwaarden niet nageleefd, dan zal de subsidie niet uitgekeerd worden. Het is de eigenaar op alle momenten toegestaan om de nodige aanpassingen door te voeren om alsnog voor de subsidie in aanmerking te komen.
Artikel 6: Aanvraag tot subsidie
De aanvraag tot het bekomen van een subsidie wordt bij voorkeur ingediend vóór de aanleg van de installatie.
De aanvrager kan voor vragen over de aanleg van installaties en infiltratievoorzieningen terecht bij de milieuambtenaar.
Artikel 7: De subsidie wordt aan de eigenaar, gebruiker of huurder (mits toestemming van de eigenaar) van een gebouw gelegen op het grondgebied van Brakel slechts éénmalig toegekend.
Artikel 8: Dit besluit treedt in werking vanaf 1 januari 2009. het besluit van 7 februari 2005 wordt opgeheven vanaf 1 januari 2009.
Artikel 9: In toepassing van artikel 252 van het gemeentedecreet dit besluit ter kennis te brengen van het publiek en het centraal aanspreekpunt voor lokale overheden van het departement leefmilieu, milieu en energie en aan de heer gouverneur van Oost-Vlaanderen.
ALDUS BESLIST IN ZITTING DATUM ZOALS HIERBOVEN VERMELD.
Dagorde: Gemeentelijk reglement d.d. 26 maart 2007 voor het verlenen van een premie voor de bouw van individuele zuiveringsinstallaties. Intrekking.
De Raad,
Gelet op het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid;
Gelet op het raadsbesluit d.d. 28 januari 2008 houdende goedkeuring van het aangepast ontwerp zoneringsplan;
Gelet op het besluit van de Vlaamse r egering van 1 oktober 2004 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater;
Gelet op het ministerieel besluit d.d. 9 juni 2008 betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Brakel;
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering d.d. 9 mei 2008 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering d.d. 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning en van het besluit van de Vlaamse regering d.d. 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne naar aanleiding van het vaststellen van de zoneringsplannen voor sanering van afvalwater;
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering d.d. 9 mei 2008 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering d.d. 1 februari 2002 met betrekking tot de subsidiëring van de aanleg door de gemeente, gemeentebedrijven, intercommunales of intergemeentelijke samenwerkingsverbanden van openbare rioleringen, andere dan prioritaire rioleringen, en van de bouw door de gemeenten, gemeentebedrijven, intercommunales of intergemeentelijke samenwerkingsverbanden van kleinschalige rioolwaterzuiveringsinstallaties;
Gelet op het schrijven van 14 november 2008 betreffende de subsidiëring van IBA’s van de Vlaamse minister van leefmilieu en natur, waarbij wordt gemeld dat het Vlaams Gewest enkel nog subsidies voor IBA’s voorziet voor gemeenten, gemeentebedrijven, intercommunales of andere intergemeentelijke samenwerkingsverbanden die zelf IBA’s kopen en beheren en dus niet meer voor particulieren;
Gelet op de (voorbereidende) gesprekken met TMVW over het beheer en aankoop van IBA’s en het overnemen van bestaande goedwerkende installaties van particulieren;
Gelet op de principiële beslissing van het college van burgemeester en schepenen om vanaf 1 januari 2009 de IBA’s in de rode cluster zelf aan te kopen, te installeren en te beheren via Aqua Rio;
Overwegende dat hierdoor het subsidiereglement d.d. 26 maart 2007 voor het verlenen van een premie voor de bouw van individuele zuiveringsinstallatie kan worden afgeschaft;
Gelet op de eenparigheid van de stemming;
Gelet op de positieve raadgevende stem van schepen André Flamand;
Gelet op de Nieuwe Gemeentewet en het Gemeentedecreet;
BESLUIT :
Artikel 1: Het gemeentelijk reglement voor het verlenen van een premie voor de bouw van een individuele zuiveringsinstallatie; goedgekeurd bij gemeenteraadsbesluit van 26 maart 2007 wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2009.
Alle aanvragen waarbij de facturen gedateerd zijn na 1 januari 2008 worden niet meer gesubsidieerd.
ALDUS BESLIST IN ZITTING DATUM ZOALS HIERBOVEN VERMELD.
Dagorde: Gemeentelijk onderwijs. Goedkeuring van het convenant korte vervangingen schooljaar 2008-2009.
DE RAAD;
Gelet op de nieuwe Gemeentewet;
Gelet op het gemeentedecreet;
Gelet op de wet van 19/12/1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel;
Gelet op het decreet van 6/07/2001 betreffende de intergemeentelijke samenwerking in het bijzonder de artikelen 2§ 1, 6, 7 en 8;
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 27/01/2006 tot invoering van een tijdelijk project betreffende vervangingen van korte afwezigheden, bedrijfsstages en mentorschap;
Gelet op de ministeriele omzendbrief Pers/2005/23 van 17/09/2008 betreffende vervangingen van korte afwezigheden in het basis- en secundair onderwijs;
Overwegende dat de vervangingseenheden enkel kunnen worden aangewend indien ze worden samen gelegd in een samenwerkingsverband, meerbepaald een scholengemeenschap;
Overwegende dat de vervangingseenheden worden toegekend en kunnen worden aangewend op voorwaarde dat een convenant werd afgesloten tussen de betrokken schoolbesturen en minstens één vakorganisatie;
Overwegende dat ons schoolbestuur deel uitmaakt van de scholengemeenschap Vlaamse Ardennen, instellingsnummer 125583;
Gelet op het model van de OVSG.
Gelet op het akkoord tussen het beheerscomité en de representatieve vakorganisaties;
Gelet op het protocol van akkoord d.d. 7/10/2008;
Gelet op het mondeling verslag van de schepen van onderwijs, de heer Stefaan Devleeschouwer;
Gelet op de stemming waaraan 23 raadsleden deelnemen en welke volgende uitslag heeft :
- 23 ja-stemmen;
Gelet op de eenparigheid van de stemming;
Gelet op de positieve raadgevende stem van de schepen André Flamand;
BESLUIT:
Art.1 : Het convenant korte vervangingen van de scholengemeenschap Vlaamse Ardennen, wordt vanaf het schooljaar 2008-2009 goedgekeurd, zoals ontwerp in bijlage van deze beslissing.
Art.2 : Afschrift van deze beslissing wordt toegestuurd aan :
- het schoolhoofd;
- het secretariaat van de Scholengemeenschap Vlaamse Ardennen;
- het Vlaams ministerie van Onderwijs.
ALDUS BESLIST IN ZITTING DATUM ZOALS HIERBOVEN VERMELD.
Dagorde: Gemeentepersoneel. Verhoging eindejaarstoelage 2008. Princiepsbeslissing.
DE RAAD;
Gelet op het gemeentedecreet;
Gelet op artikel 135 van het besluit van de Vlaamse regering van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en houdende enkele bepalingen betreffende de rechtspositie van de secretaris en de ontvanger van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
Gelet op het ontwerp van het Sectoraal Akkoord 2008-2013 van 19 november 2008;
Gelet op de voorziene verhoging in het ontwerp van het Sectoraal akkoord 2008-2013 van het forfaitair deel van de eindejaarstoelage met 250 euro voor de personeelsleden van niveau C, D en E;
Gelet op het voorstel van het college van burgemeester en schepenen om deze verhoging toe te passen;
Gelet op de stemming waaraan 23 leden deelnemen en de volgende uitslag heeft:
- 23 ja-stemmen
Gelet op de eenparigheid van de stemming;
Gelet op de positieve raadgevende stem van de heer André Flamand;
BESLUIT:
Art.1: De princiepbeslissing geldt als bijlage bij de raadsbeslissing d.d. 23/10/2006 betreffende de toekenning van de eindejaarstoelage 2006 en volgende.
Art.2: Rechthebbende: het forfaitair gedeelte van de eindejaarstoelage 2008 wordt verhoogd met 250 euro voor de personeelsleden die op 1 december 2008 behoren tot het niveau C, D en E.
Art.3: Afschrift van onderhavige beslissing zal voor verder gevolg aan de bevoegde overheid worden toegestuurd.
ALDUS BESLIST IN ZITTING DATUM ZOALS HIERBOVEN VERMELD.
Dagorde: Sportbeleidsplan 2008-2013. Hoofdstuk V : Kwaliteitsverhoging in de Jeugdsportbegeleiding.
DE RAAD;
Gelet op het gemeentedecreet;
Gelet op het decreet van 9/03/2007 houdende de subsidiëring van de gemeentebesturen, provinciebesturen en de Vlaamse gemeenschapscommissie voor het voeren van een Sport voor Allen-beleid;
Gelet op de uitvoeringsbesluiten inzake algemene bepalingen voor het verkrijgen van subsidie goedgekeurd door de Vlaamse regering op 19/07/2007;
Gelet op het besluit van 19/09/2007 ter uitvoering van het decreet van 9/03/2007 houdende de subsidiëring van gemeente- en provinciebesturen en de Vlaamse gemeenschapscommissie voor het voeren van een Sport voor Allen-beleid – algemene bepalingen en bepalingen tot het verkrijgen van de beleidssubsidie.
Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 17/12/2007 houdende goedkeuring van het sportbeleidsplan 2008-2013;
Gelet op het schrijven van de Vlaamse minister voor sport waarin het sportbeleidsplan definitief wordt aanvaard;
Gelet op het schrijven dd. 20/10/2008 van de administrateur-generaal van Bloso, afdeling subsidiëring, waarin de administratieve verplichtingen inzake impulssubsidies worden gesteld;
Gelet op de aanpassingen die werden uitgevoerd via het hoofdstuk V impulssubsidies 2009-20013;
Gelet op het advies van de gemeentelijke sportraad;
Gelet op het voorstel van het college van burgemeester en schepenen om de voormelde aanpassing goed te keuren;
Gelet op de stemming waaraan 23 raadsleden deelnemen en welke volgende uitslag heeft :
- 16 ja-stemmen,
- 7 onthoudingen;
Gelet op de positieve raadgevende stem van de schepen André Flamand;
BESLUIT:
Art. 1: Het sportbeleidsplan van Brakel 2008-2013 wordt aangepast via goedkeuring van het voorliggend hoofdstuk 5 impulssubsidies 2009-2013.
Art. 2: Een afschrift van dit besluit wordt met het goedgekeurde hoofdstuk impulssubsidies 2009-2013 ingediend bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Administratie Bloso, Arenberggebouw, Arenbergstraat 5, 1000 Brussel.
ALDUS BESLIST IN ZITTING DATUM ZOALS HIERBOVEN VERMELD.
Dagorde: Subsidiereglement voor sportverenigingen.
DE RAAD;
Gelet op de bepalingen van het gemeentedecreet;
Gelet op het decreet van 28/01/974 betreffende het cultuurpact;
Gelet op de wet van 14/11/1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van gemeentelijke subsidies, inzonderheid artikel 3, artikel 7, 1° en artikel 9, eerste lid;
Gelet op het decreet van 9/03/2007 houdende de subsidiëring van gemeentebesturen, provinciebesturen en de Vlaamse Gemeenschapscommissie voor het voeren van een Sport voor Allen-beleid;
Gelet op het besluit van 19/07/2007 ter uitvoering van het decreet van 9/03/2007 houdende de subsidiëring van gemeente- en provinciebesturen en de Vlaamse gemeenschapscommissie voor het voeren van een Sport voor Allen-Beleid – algemene bepalingen en bepalingen tot het verkrijgen van de beleidssubsidie;
Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 17/12/2007 houdende goedkeuring van het sportbeleidsplan 2008-2013;
Gelet op het schrijven d.d. 19/02/2008 van de Vlaamse minister voor sport waarin het sportbeleidsplan wordt aanvaard onder voorwaarde dat de financiële voorwaarde wordt verduidelijkt;
Gelet op het ontwerp van het subsidiereglement voor sportverenigingen;
Gelet op het advies van de gemeentelijke sportraad d .d. 1/12/2008 betreffende voormeld advies;
Gelet op het voorstel van het college van burgemeester en schepenen om het ontwerp van het subsidiereglement goed te keuren;
Gelet op de stemming waaraan 23 raadsleden deelnemen en welke volgende uitslag heeft :
- 16 ja-stemmen,
- 7 onthoudingen;
Gelet op de volstrekte meerderheid van de stemming;
Gelet op de positieve raadgevende stem van de schepen André Flamand;
BESLUIT :
Art. 1 : Het ontwerp van het reglement beleidssubsidies voor sportverenigingen wordt goedgekeurd.
Art. 2 : Een afschrift van dit besluit wordt met het goedgekeurde reglement beleidssubsidies 2009-2013 ingediend bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Administratie Bloso, Arenberggebouw, Arenbergstraat 5, 1000 Brussel.
ALDUS BESLIST IN ZITTING DATUM ZOALS HIERBOVEN VERMELD.
Dagorde: Impulssubsidiereglement (Jeugd).
DE RAAD;
Gelet op het gemeentedecreet;
Gelet op het decreet van 28/01/1974 betreffende het cultuurpact;
Gelet op de wet van 14/11/1983 betreffende de controle op de toekenning en aanwending van gemeentelijke subsidies, inzonderheid artikel 3, artikel 7, 1° en artikel 9, eerste lid;
Gelet op het decreet van 9/03/2007 houdende de subsidiëring van gemeente- en provinciebesturen en de Vlaamse Gemeenschapscommissie voor het voeren van een Sport voor Allen-beleid;
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 19/09/2008 ter uitvoering van het decreet van 9/03/2007 houdende de subsidiëring van gemeentebesturen, provinciebesturen en de Vlaamse Gemeenschapscommissie voor het voeren van een Sport voor Allen–beleid – bepalingen tot het verkrijgen van de impulssubsidie;
Gelet op het besluit van de gemeenteraad d.d. 17/12/2007 houdende de goedkeuring van het sportbeleidsplan 2008-2013;
Gelet op het schrijven d.d. 29/08/2008 van de Vlaamse minister voor sport waarin het sportbeleidsplan definitief wordt aanvaard;
Gelet op het schrijven d.d. 20/10/2008 van de administrateur-generaal van Bloso, afdeling subsidiëring waarin de administratie verplichtingen inzake impulssubsidies worden gesteld;
Gelet op het ontwerp van het reglement impulssubsidies sport 2009-2013;
Gelet op het advies van de gemeentelijke sportraad d.d. 1/12/2008 betreffende het voormeld ontwerp;
Gelet op het voorstel van het college van burgemeester en schepenen om voormeld ontwerp goed te keuren;
Gelet op de stemming waaraan 23 raadsleden deelnemen en welke volgende uitslag heeft :
- 16 ja-stemmen,
- 7 onthoudingen;
Gelet op de volstrekte meerderheid der stemming;
Gelet op de positieve raadgevende stem van de schepen André Flamand;
BESLUIT :
Art. 1 : Het reglement impulssubsidies sport 2009-2013 wordt goedgekeurd.
Art. 2 : Een afschrift van dit besluit wordt met het goedgekeurde reglement impulssubsidies 2009-2013 ingediend bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Administratie Bloso, Arenberggebouw, Arenbergstraat 5, 1000 Brussel.
ALDUS BESLIST IN ZITTING DATUM ZOALS HIERBOVEN VERMELD.
Dagorde: Reglement tot gemeentelijke erkenning van Sportverenigingen.
DE RAAD;
Gelet op het gemeentedecreet;
Gelet op het decreet van 28/01/1974 betreffende het cultuurpact;
Gelet op de wet van 14/11/1983 betreffende de controle op de toekenning en aanwending van gemeentelijke subsidies, inzonderheid artikel 3, artikel 7, 1° en artikel 9, eerste lid;
Gelet op het decreet van 9/03/2007 houdende de subsidiëring van gemeente- en provinciebesturen en de Vlaamse Gemeenschapscommissie voor het voeren van een Sport voor Allen-beleid;
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 19/09/2008 ter uitvoering van het decreet van 9/03/2007 houdende de subsidiëring van gemeentebesturen, provinciebesturen en de Vlaamse Gemeenschapscommissie voor het voeren van een Sport voor Allen–beleid – bepalingen tot het verkrijgen van de impulssubsidie;
Gelet op het besluit van de gemeenteraad d.d. 17/12/2007 houdende de goedkeuring van het sportbeleidsplan 2008-2013;
Gelet op het schrijven d.d. 29/08/2008 van de Vlaamse minister voor sport waarin het sportbeleidsplan definitief wordt aanvaard;
Gelet op het schrijven d.d. 20/10/2008 van de administrateur-generaal van Bloso, afdeling subsidiëring waarin de administratie verplichtingen inzake impulssubsidies worden gesteld;
Gelet op onze beslissingen van heden betreffende de goedkeuring van de reglementen betreffende impulssubsidies sport 2009-2013 en subsidie sportverenigingen;
Gelet dat om in aanmerking te komen voor de voormelde subsidies, de sportverenigingen dienen erkend te worden door het gemeentebestuur;
Gelet dat de voormelde erkenningsvoorwaarden dienen vastgelegd te worden in een reglement;
Gelet op het ontwerp van het reglement tot gemeentelijke erkenning van sportverenigingen;
Gelet op het voorstel van het college van burgemeester en schepenen om voormeld ontwerp goed te keuren;
Gelet op de stemming waaraan 23 raadsleden deelnemen en welke volgende uitslag heeft :
- 16 ja-stemmen,
- 7 onthoudingen;
Gelet op de volstrekte meerderheid der stemming;
Gelet op de positieve raadgevende stem van de schepen André Flamand;
BESLUIT :
Art. 1 : Het reglement tot gemeentelijke erkenning van sportverenigingen wordt goedgekeurd.
Art. 2 : Een afschrift van dit besluit wordt toegestuurd aan het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Administratie Bloso, Arenberggebouw, Arenbergstraat 5, 1000 Brussel.
ALDUS BESLIST IN ZITTING DATUM ZOALS HIERBOVEN VERMELD.